once in a lifetime

12 mei - 28 augustus 2016

Er zijn talloze manieren om naar de tijdelijkheid van ons leven te kijken. Bijvoorbeeld vanuit de religie, waarin er traditioneel veel vertrouwen is in een hiernamaals. Of vanuit het humanisme, waarin de mens uitgangspunt is en de betekenis van ons eenmalige leven op aarde centraal staat. En vanuit de kunst, waarbij kunstenaars onze menselijke conditie verbeelden en bevragen. In de tentoonstelling Once in a Lifetime belichten acht kunstenaars verschillende aspecten van leven en vergankelijkheid. Welke sporen laten we na? Hoe gaan we om met tijd, herinneringen, de dingen die verloren gaan?

Vier kunstenaars – Daniëlle van Ark, Amie Dicke, Job Koelewijn en Muntean/ Rosenblum – maakten speciaal voor de tentoonstelling nieuw werk. Ze zochten daarbij betekenisvolle plekken in de kerk om hun werk te presenteren. Curator Nina Folkersma selecteerde tevens bestaande werken van vier andere kunstenaars: Michaël Borremans, Stan Brakhage, Folkert de Jong en Yehudit Sasportas. De kunstwerken bieden verschillende perspectieven op het mysterie van leven en dood. Ze sporen je aan om je bewust te z n van wat jouw leven eenmalig, kwetsbaar en onherhaalbaar maakt. Precies zoals in de uitspraak van de Belgisch auteur David Van Reybrouck, die als motto van de tentoonstelling fungeert.

Het gaat om het moment, het besef dat hier een broze schoonheid ontstaat die eenmalig, kwetsbaar en onherhaalbaar is en in deze tijd van eeuwige heropvraagbaarheid van bestanden zijn unieke bestaan ontleent aan dat wat zich bevindt, voltrekt, openbaart en ontvouwt op dit ene moment op deze ene plaats. – David Van Reybrouck

kunstwerken in de tentoonstelling

Daniëlle van Ark, It Took Us Years To Get Here, 2016
Daniëlle van Ark
It took us years to get there, 2016
Schoenen, verguld zilver
Courtesy: de kunstenaar
foto: Robert Glas

Daniëlle van Ark, La Memoire Collective, 2016
La mémoire collective, 2016
Hout, kippengaas, mdf, verzameling gevonden en gemaakte voorwerpen
Courtesy: de kunstenaar
foto: Robert Glas

In de Kerkmeesterskamer heeft Daniëlle van Ark (NL, 1974) een installatie gebouwd die het midden houdt tussen een huiselijke kast en een museale vitrine. Deze vitrine/kast, La mémoire collective, bevat een verzameling ogenschijnlijk willekeurige gevonden en gemaakte objecten, waaronder doorgeknipte liefdessloten van een Parijse brug en glasnegatieven uit het begin van de twintigste eeuw. Het zijn objecten die symbool staan voor verbintenis en liefde, maar ook voor het (tot mislukken gedoemde) verlangen om de tijd en het leven vast te houden. In de Spiegelkamer plaatst Van Ark een twaalftal paar verzilverde schoenen, zichtbaar gedragen door dierbare vrienden van de kunstenaar. Hiermee refereert ze aan de eerste babyschoenen die mensen laten verzilveren als emotionele herinnering voor later. Sinds haar verblijf aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten maakt Daniëlle van Ark in haar werk gebruik van verschillende media en materialen. Oude foto’s, kaarten of trofeeën krijgen in haar werk een tweede leven. Ze eigent zich objecten toe en plaats deze in een nieuwe omgeving en een andere samenhang. Sociale status en uiterlijk vertoon z n terugkerende thema’s, maar Van Ark laat ook de keerzijde daarvan zien door juist de kwetsbaarheid en tijdelijkheid van het leven te benadrukken.

 

Michael Borremans, Everything Falls, 2010
Michaël Borremans
Everything Falls, 2012
Glas, hout, metaal, metaalverf, stof
Collectie: S.M.A.K., Gent
foto: Robert Glas

Twee grijze, matglanzende bustes, bedekt onder een fijn laagje stof, liggen plat achterover als twee middeleeuwse grafmonumenten. De bronzen beelden ogen loodzwaar, maar hun vormen zijn zacht en bijna vloeibaar. In plaats van een neus hebben ze elk een eendensnavel. Volgens de kunstenaar Michaël Borremans (BE, 1963) maken de snavels de dramatiek van het werk intenser. Borremans schilderde al eerder liggende figuren en snavels, ditmaal verwerkt hij deze elementen voor het eerst in een sculptuur. Net als in zijn schilder en hangt er ook om deze figuren een mysterieuze sfeer, alsof ze niet helemaal van deze wereld zijn. Michaël Borremans is in het afgelopen decennium internationaal uitgegroeid tot een van de meest prestigieuze kunstenaars van deze tijd. Zijn schilderijen, maar ook zijn tekeningen en films, worden vaak bevolkt door figuren die met een zekere gelatenheid vreemde dingen doen of bizarre rituelen uitvoeren. Het levert onheilspellende, geheimzinnig verleidelijke beelden op. Gestolde fragmenten uit een onbestemde en ongrijpbare tijd, wars van felle kleuren, waarin niets is wat het lijkt.

 

Stan Brakhage, Window Water Baby Moving, 1959. Foto: Robert Glas
Stan Brakhage
Window Water Baby Moving, 1959
16 mm lm, zonder geluid, 12 min 11 sec.
Courtesy: Estate of Stan Brakhage en Fred Camper
foto: Robert Glas

In de film Window Water Baby Moving documenteert Stan Brakhage (US, 1933–2003) de geboorte van zijn eerste kind. Met een 16 mm-camera filmt hij de eerste weeën, het moment van geboorte en het doorknippen van de navelstreng. De film is niet bedoeld voor weekhartigen, Brakhage laat alles in schokkerig gemonteerde, rauwe close ups zien. Hij toont het begin van het leven precies zoals het is: een moment dat met pijn, bloed, zweet en tranen gemoeid gaat. Maar ook met groot geluk. Het geheel is intiem en ontroerend en het uiteindelijke resultaat een loflied op het leven. Stan Brakhage wordt beschouwd als een van de belangrijkste figuren in de twintigste-eeuwse experimentele film. In de loop van vijf decennia creëerde h een groot en divers filmoeuvre waarin hij experimenteerde met verschillende formaten, benaderingen en technieken (zoals het schilderen en krassen op celluloid). In zijn films verkent hij de grote thema’s van het leven: geboorte, seksualiteit en sterfelijkheid.

 

Amie Dicke, Soaps, 2016. Foto: Robert Glas
Amie Dicke
Soaps, 2016
Vitrine, zeep
Courtesy: de kunstenaar en Stigter Van Doesburg & Anat Ebgi
foto: Robert Glas

In de Sint Sebastiaanskapel toont Amie Dicke (NL, 1978) een verzameling handzeepjes. Daar liggen ze, keurig in een lange rij: opgedroogd, vol kleine barstjes, uitgedund en gevormd door de handen die hen keer op keer masseerden. De zeepjes vormen de gestolde herinneringen aan hun gebruiker, maar voor Amie Dicke vormen ze ook een aandenken aan dat ene zeepje van haar oma, dat ze tot haar grote spijt niet heeft bewaard. De werkwijze van Dicke is gebaseerd op het idee dat gebeurtenissen en herinneringen blijven hangen aan plekken en objecten. Dicke zoekt naar sporen, souvenirs en ‘nabeelden’, zoals ze dat noemt, en maakt deze met subtiele ingrepen zichtbaar – of markeert juist de onzichtbare lading van het afwezige. Je zou kunnen zeggen dat de kunstenaar ‘bezielde werken’ maakt. Om haar werken die lading te geven, is ze lang en secuur op zoek naar lagen uit de geschiedenis die hun sporen hebben nagelaten. Toeval – in de letterlijke zin: hoe het je toe valt of op je pad komt – speelt daarbij vaak een rol.

*Dit kunstwerk is mede mogelijk gemaakt door Hotel Sofitel Legend the Grand Amsterdam.

 

Folkert de Jong, Heritage, 2009. Foto: Robert Glas
Folkert de Jong
Heritage, 2009
Styrofoam, gekleurd polyurethane schuim, pallet.
foto: Robert Glas

In het werk Heritage van Folkert de Jong (NL, 1972) zitten een oudere man en kind op een stapel pallets. Terneergeslagen en timide staren ze voor zich uit. In de monumentale kerk ogen ze extra kwetsbaar en eenzaam. Waar komen ze vandaan? Waar wachten ze op? Wat maakt hen zo mistroostig? Door het werk de titel Erfgoed mee te geven, zinspeelt Folkert de Jong op het feit dat wij niet alleen verantwoordelijkheid dragen voor ons handelen in het heden, maar ook voor dat van onze voorouders in het verleden. Kenmerkend voor het werk van Folkert de Jong is z n gebruik van gekleurd styrofoam en purschuim. Dit materiaal is niet bedoeld voor de eeuwigheid en al helemaal niet milieuvriendelijk. Juist deze verontrustende eigenschap interesseert de kunstenaar. In z n sculpturen verwijst hij vaak naar duistere gebeurtenissen in het verleden, die hij vervolgens met een ironische twist in verband brengt met hedendaagse gebeurtenissen. Zo verbindt hij de kunstgeschiedenis met de actualiteit.

 

Job Koelewijn, Celebration, 2016. Foto: Robert Glas
Job Koelewijn
Celebration (you only live once)(you only die once), 2016
Bloemen, vazen, boek
Courtesy: Galerie Fons Welters
foto: Robert Glas

Het nieuwe werk dat Job Koelewijn (NL, 1962) speciaal voor de tentoonstelling maakte, bestaat uit een installatie van vazen met kleurrijke, geurende bloemen. De vazen zijn zorgvuldig geplaatst op de zerkenvloer van de Oude Kerk, ter nagedachtenis aan de doden die hier eeuwen geleden werden begraven. Bloemen worden bij vele momenten in het leven gebruikt als uiting van blijdschap, maar ze worden ook gebruikt bij momenten die gepaard gaan met verdriet, als een uiting van liefde en troost aan de nabestaanden. In de kerk leveren de bloemstukken een plechtig, sereen en tegelijkertijd licht absurd beeld op. Want wie herdenken we hier en aan wie bieden de bloemen nu troost? Het werk van Job Koelewijn heeft vaak een conceptueel karakter, maar is tegelijk sterk zintuiglijk en verwijst altijd naar de realiteit. De onderwerpen ‘tijd’ en ‘tijdloosheid’ spelen een belangrijke rol in z n werk, dat varieert van foto’s en films tot kleine objecten en ruimtevullende installaties. Koelewijn gebruikt vaak materialen die een beroep doen op onze tastzin en reuk en die een grote kwetsbaarheid en ‘zuiverheid’ bezitten.

*Dit kunstwerk is mede mogelijk gemaakt door Bloemenwinkel Jemi Amsterdam.

 

Muntean/Rosenblum, Untitled. Foto: Robert Glas
Muntean/Rosenblum
Untitled (Lives were changed …), 2016
Zwart en wit kr t, acryl op canvas
Courtesy: de kunstenaar
foto: Robert Glas

Muntean/Rosenblum, The Twiilight of Our Heart, 2016. Foto: Robert Glas
The Twilight Of Our Heart, 2016
Gemengde materialen en technieken
Courtesy: de kunstenaar
foto: Robert Glas

Het schilderij Untitled (Lives were changed…) van het kunstenaarsduo Muntean/ Rosenblum (AT/IS, 1962) toont een groep extatisch dansende jongeren. Ze lijken zo uit een hedendaags lifestyle magazine gestapt. Tegelijkertijd doen hun houdingen denken aan klassieke poses uit de christelijke iconografie. ‘We proberen een gevoel van spiritualiteit te destilleren uit het oppervlakkige, vervreemdende schouwspel van de consumentencultuur, waarin het alleen maar gaat om ‘aangepast gedrag’, om iedereen die hetzelfde doet’, aldus de kunstenaars. Het nieuwe werk dat Muntean/Rosenblum speciaal voor deze tentoonstelling maakte bestaat uit een panoramisch schilder van een openbrekend wolkendek boven een desolate snelweg, net buiten de stad. Tijdens de opening vond hier een performance plaats met vijf zangers die een sacraal motet (een benaming voor composities die door meerdere zangers worden uitgevoerd) uitvoerden van de Renaissance componist Cristóbal de Morales (ca. 1500–1553). In lijn met het verlangen van Muntean/Rosenblum om ambigue beelden te creëren – beelden vol ‘pathos’ (het Griekse woord voor lijden of emotie) – beproeft ook dit nieuwe werk de emoties van het publiek en roept het vragen op over ons bestaan. Waar halen wij hoop uit? Hoe geven we betekenis aan ons leven in het licht van onze sterfelijkheid?

 

Yehudit Sasportas, The Lightworkers, 2010. Foto: Robert Glas
Yehudit Sasportas
The Lightworkers, 2010
Twee-kanaal HD video-projectie,,10 min loop.
Courtesy Yehudit Sasportas; Sommer-Contemporary Art, Tel Aviv; Galerie EIGEN+ART Leipzig / Berlin and Galleri Bo Bjerggaard, Copenhagen

Het videowerk The Lightworkers van Yehudit Sasportas (IS, 1969) toont ons een onheilspellend landschap, opgebouwd uit meer dan 150 tekeningen, vol vreemde, droomachtige elementen. De getekende bomen en moerassen zijn donker en licht, delicaat en zwaar, lyrisch en griezelig, doods en levend – en dat allemaal op hetzelfde moment. Het zoekende licht van een zaklantaarn schijnt tussen de bomen, waar kunstmatige verticale lijnen en zwarte stokken, die doen denken aan barcodes of scanners, een voor een omvallen. De video-installatie dompelt de kijker onder in een psychologische ruimte die sterk appelleert aan gevoelens van verlies en onbewuste angsten. Yehudit Sasportas heeft in de afgelopen jaren een inhoudelijk gelaagd en complex oeuvre opgebouwd van tekeningen, schilderijen, video’s en installaties. De relatie tussen het bewustzijn en het onderbewustzijn is een belangrijk motief in haar werk. Ze is geïnteresseerd in het creëren van een ‘topografie van de menselijke psyche’, een existentieel onderzoek naar de ‘wonden, verborgen gevoelens en herinneringen die van tijd tot tijd boven het oppervlak opdoemen’.

 

samenwerking
Once in a Lifetime is tot stand gekomen door samenwerking tussen de Oude Kerk en het Humanistisch Verbond. De tentoonstelling is mede mogelijk gemaakt door het Amsterdams Fonds voor de Kunst, Fonds Sluyterman van Loo, KunstenIsraël, de Israëlische Ambassade, het Mondriaan Fonds en het Prins Bernhard Cultuurfonds. Met dank aan Finbar van Wijk.

Beeld: Folkert de Jong, Heritage (2009) in de Oude Kerk, 2016 © Robert Glas.


Delen