verslag discussie: hoe houdbaar zijn koloniale monumenten?

Emma Nieuws



Want create site? Find Free WordPress Themes and plugins.

hoe gaan we om met monumenten die het koloniale verleden representeren?
verslag discussie: hoe houdbaar zijn koloniale monumenten?
20 oktober 2017 – 16:30-18:00u

Gespreksleider van de discussie historicus Wim Manuhutu geeft het laatste woord aan curator en directeur van de Oude Kerk Jacqueline Grandjean.
De gemeenschappelijke grond is gesymboliseerd in het woord kerkop, het Indonesische woord voor kerkhof. Het gedeelde verleden is terug te vinden in de taal, maar ook in monumenten en gebouwen. De Oude Kerk is een kerkhof, we zitten letterlijk op de grote grafstenen van de VOC-vaarders.
Grandjean nodigde gericht mensen uit voor deze middag, maar kreeg ook kritiek. Waarom deze discussie voeren op een plek als de Oude kerk; dat is ongepast. Het is de collectieve herinnering aan de glorie, de hang naar alles te behouden zoals het was, het protectionisme van de eigen geschiedenis die hardnekkig is. Maar wat betekent ‘eigen’ eigenlijk?

De discussiemiddag is nadrukkelijk geen randprogrammering, maar een belangrijke functie die een hedendaags museum als de Oude kerk ook heeft.
Het bieden van ruimte voor open discussie en conversatie, het uitwisselen van gedachtes aangewakkerd door de fijngevoeligheid van kunstenaars.
Want het zijn kunstenaars die de vragen stellen om ons uit te nodigen met nieuwe ogen naar de dingen te kijken en andere richtlijnen bieden.

De aanleiding is deze keer de tentoonstelling van de Indonesische kunstenaar Iswanto Hartono, nu te zien in de Oude kerk. Het ijkpunt in Hartono’s werk is het koloniale verleden dat Indonesië en Nederland verbindt. Ondanks dat het onderwerp onlosmakelijk verbonden is met politiek is dat niet het uitgangspunt van Hartono. Hij legt de nadruk op het belichten van het onderwerp vanuit verschillende perspectieven. Hartono gaat interacties aan met ruimtes. De eerste keer dat hij de Oude Kerk bezocht was hij onder de indruk van haar schoonheid, maar hij zag ook de verbinding met het koloniale verleden. Het is niet de politieke spanning, maar de menselijke spanning die hij interessant vindt. Hoe herinneren wij? Maar ook, hoe vergeten wij? Hij probeert de subtiele dialoog te openen en niet weg te kijken van de duistere kant van de geschiedenis. Door het onderwerp niet top-down te benaderen, maar een horizontale manier van denken te creëren. Tijdens de discussie zitten we in een kring. Iedereen kan iedereen aankijken en mag iets inbrengen. Het gaat uiteindelijk niet om de gebouwen en de monumenten zelf, maar om de verhalen en de mensen. En de vragen die ze hebben en stellen zijn veranderd door de tijd heen.

Het is dan ook de functie van het museum, zo stelt conservator van het Rijksmuseum Harm Stevens, om mensen uit te nodigen om kritisch te reflecteren. Hij schreef het boek: ‘Gepeperd verleden. Indonesië en Nederland sinds 1600’ (2015) waarin hij objecten uit de collectie van het Rijksmuseum onder de loop heeft genomen om opnieuw naar de geschiedenis te kijken. Het boek is verschenen in het Nederlands en het Engels. Aankomende december zal er ook een Indonesische vertaling verschijnen. Stevens is benieuwd naar de reacties en hoopt dat het boek een aanleiding zal zijn om in gesprek te gaan met de Indonesiërs. Hij stelt dat er ook vanuit Indonesië een groeiende interesse is in de gedeelde geschiedenis.
Het is kunstenaar Kaleb de Goot die toevallig naast hem zit. Voor zijn werk ‘Counter Memory 010’ (2016) bezocht hij samen met Iben Trino-Molenkamp Atjeh en onderzocht de collectieve herinneringen aan de Atjeh-oorlog. Hij vroeg de lokale bevolking hoe een monument voor deze verschrikkelijke oorlog er volgens hen uit zou moeten zien.

De Groot spreekt zijn verbazing uit over het boek van Stevens, waarom is er eerst een Engelse vertaling verschenen in plaats van een Indonesische? Ook is hij kritisch over het niet teruggeven van de objecten uit de collectie. Doormiddel van het boek gebeurt dit nu in zijn ogen alleen in de vorm van een reproductie. Het geeft hem een raar gevoel. Stevens geeft aan dat het een actueel onderwerp is en op de agenda staat. Ook refereert hij aan de ‘Lombokschat’ die voor een groot deel in 1977 is teruggegeven aan Indonesië. Hartono belicht het onderwerp vanuit de hedendaagse Indonesische samenleving. Het teruggeven is een symbolisch gebaar, maar hij benadrukt dat er van veel dingen geen weet is in Indonesië. Het is vooral van groot belang dat het verleden zichtbaar wordt om zo de geschiedenis te openen voor iedereen. Hij pleit voor het delen van de gedeelde geschiedenis.

Conservator van het Amsterdam Museum Annemarie de Wildt haakt hier op in met een persoonlijke herinnering. Ze bezocht de overblijfselen van de plantages van The Sugar Trail in Suriname. Bij de Nederlanders roept het een schuldgevoel op door het grote aantal plantages en slaven, maar bij de Surinamers zelf merkte zij veel minder bewustzijn van het verleden. Hartono beaamd dat er ook in Indonesië veel suikerfabrieken er vervallen bij staan. De gebouwen vallen niet onder de erfgoedwet. Bevriende architecten zijn wel bezig met het restaureren van sommige plekken, maar een argument is ook dat het toeristische trekpleisters zijn. Bij de jongste generatie Indonesiërs is het koloniale verleden hip. Er hangt een zweem van romantiek omheen, waarschijnlijk mede door gebrek aan kennis.

Herman Meijer, werkzaam bij debatcentrum de Rode Hoed, is benieuwd of er nog straten zijn in Indonesië met Nederlandse namen. Hartono beaamd dat de meeste namen zijn veranderd, maar dat de oude namen wel in het geheugen zitten van de Indonesiërs en vaak toch ook nog gebruikt worden.
Ook kunstenaar FX Harsono is aanwezig. Hij voegt eraan toe dat koloniseren iets is waar je trots op kan zijn, maar gekoloniseerd worden niet. In mijn ogen een hardnekkige misopvatting die de noodzaak van deze open gesprekken nogmaals benadrukt. Hij exposeert momenteel in Bozar in Brussel als onderdeel van Europalia Arts Festival; met Indonesië als centraal thema. Ook de tentoonstelling van Hartono in de Oude Kerk is hier onderdeel van FX Harsono zijn werk is onderdeel van de expositie ‘Power and other things – Indonesia & Art (1835-now)’ waarin eenentwintig westerse en Indonesische kunstenaars samen werk tonen. Hij beschrijft het werk van de jonge kunstenaar Dea Widya. Op de plek waar eerst het Hotel Des Indes in Yakarta stond is nu een lelijk winkelcentrum gebouwd. Uit klei heeft zij een maquette van het hotel gemaakt. Maar de klei vertoond barsten en daaronder wordt het winkelcentrum zichtbaar.

verslag door lotte van geijn

IMG-2799

beeld: maurice boyer

Did you find apk for android? You can find new Free Android Games and apps.




Delen