Amsterdam Art Weekend Keynote social 26

le musée imaginaire, lezing door jean-hubert martin

Emma Nieuws



Op vrijdagochtend 25 november sprak curator Jean-Hubert Martin over transhistorical curating. Een ochtendlezing die werd georganiseerd door Frans Hals Museum I De Hallen, Castrum Peregrini, Museum van Loon en Oude Kerk, vier instelling die een bijzondere interesse in het onderwerp delen.

Martin maakte als curator naam met belangrijke tentoonstellingen zoals Magiciens de la Terre (1989) en recent Carambolages (2016) waarin hij objecten uit verschillende kunsthistorische perioden en culturen naast elkaar presenteerde. De curator wordt geroemd vanwege het historisch belang van zijn werk, al roept zijn werk ook relevante vraagstukken op. Kan deze presentatiewijze bijvoorbeeld gelden als kunsthistorische kritiek? En hoe verhouden de transhistorische presentaties zich tot de actuele politiek?
Tijdens de lezing gaf Jean-Hubert Martin veel van zijn overwegingen, die cruciaal waren voor de tentoonstelling Carambolages, prijs. Martins belangrijkste criterium bij de selectie van kunstwerken en objecten voor een tentoonstelling is of het werkt. Gebeurt er iets afwijkends, iets vreemds in de combinatie van deze beelden? Wordt de verbeelding geprikkeld, het geheugen in werking gezet?

Carambolages was gegroepeerd rondom een aantal thema’s, waarbij kunstwerken op grond van een puur associatieve samenhang bij elkaar waren gebracht. Meestal was de associatie gebaseerd op overeenkomst van een bepaalde vorm of motief.
De titel Carambolages verwijst naar het biljartspel, waarbij de speler door een stoot tegen één bal er nog eens twee aanstoot. De titel geeft aan dat kunstwerken niet slechts één betekenis of context hebben, zoals de (kunst-)historische chronologie dicteert; nee, ze maken deel uit van een veel complexer geheel. Ieder voorwerp kan de aanleiding zijn tot verscheidene andere associatieve lijnen.
De idee van deze presentatie was voornamelijk om de bezoeker zelf te laten kijken naar de objecten. De presentatie van objecten zonder titels of tekstuele toelichting moest een eigen reflectie en perceptie bevorderen. Pas na het zien van de kunst volgde de toelichting.

Martins tentoonstelling en zijn tekst in de catalogus vormen een aanklacht tegen musea en conservatoren die obsessief bezig zijn met het categoriseren en duiden van kunstwerken. Hiermee houden zij de blik van de toeschouwer in een machtsgreep. Martin pleit dan ook voor het introduceren van de blik van de kunstenaar als uitgangspunt voor tentoonstellingsmakers. Deze is open, associatief en bevragend. Dit geeft de bezoeker de mogelijkheid om zelf een mening te vormen.
Maar doet die bezoeker dat ook? Was een van de vragen uit de zaal. Zeker, de bezoeker bekeek de objecten na het lezen van de tekstuele toelichting zelfs regelmatig nog een keer. Eén keer zelf, en één keer met een gestuurde blik. Martin voegde toe dat hij tentoonstellingsteksten nooit leest: het werk moet uit zichzelf spreken, doet het dat niet dan is het geen goed kunstwerk.

Afgesloten werd met een aantal vragen uit de zaal. Kan transhistorisch cureren ook politiek geladen zijn? Daar is Martin resoluut in: onze politieke realiteit speelt geen enkele rol in zijn manier van cureren, hij acht het niet relevant. Helaas voor veel curatoren bleef daarmee een interessant perspectief op transhistorisch cureren onaangeraakt. Wat niet wil zeggen dat het geen interessante, koude en zeer vroege ochtend was. Onder het genot van koffie en croissants wisselden een groep internationale curatoren (bijeengebracht via het Amsterdam Art Weekend) nog lang van gedachten met collega’s uit Nederland.

Door Jacqueline Grandjean

Amsterdam Art Weekend Keynote social 26
beeld: maarten nauw





Delen