essay: marinus boezem

Emma Nieuws


‘Ik gebruik alles wat god geschapen heeft’
Over de rol van film binnen het oeuvre van Marinus Boezem

Het was een ijskoude zaterdagavond in januari. Het publiek – dik ingepakt in sjaals en mutsen, de neuzen rood – nam plaats op de stoeltjes in het koor van de Oude Kerk. Men maakte dankbaar gebruik van de klaarliggende dekens, damp steeg op van de hete thee in kartonnen bekertjes.

Marinus Boezem vierde die dag zijn 83everjaardag, maar dat was niet de reden dat de mensen hier waren samengekomen. Deze avond werd een selectie videowerken van de kunstenaar vertoond: op een groot scherm, met een ouderwetse filmprojector.

Wie de tentoonstelling al had bezocht, herkende direct een aantal thema’s: het verdwijnen van de kunstenaar in Het Beademen van de Beeldbuisdeed denken aan The Vanishing of the Artistdat op het dak van de kerk was geïnstalleerd. Het vangen van iets ongrijpbaars als een briesje, zoals in de video Een briesje in mei, kwam ook terug in Labyrinth: een installatie die je omgaf met metershoge ruisende gordijnen. En waar de kunstenaar in Hooglandse Kerk, Leideneen zoomlens gebruikt om een verticale afstand af te leggen, kon je in de installatie Into the Airzelf de hoogte in om de Oude Kerk vanuit een nieuw perspectief te bekijken.

Dat een kunstenaar verschillende media gebruikt om vorm te geven aan zijn ideeën, is typisch voor conceptuele kunst. De gedachte is immers belangrijker dan de materiële uitvoering. Toen het begin jaren zeventig voor een groter publiek bereikbaar werd om zelf films op te nemen, voelden kunstenaars zich direct aangetrokken tot de nieuwe mogelijkheden.

Boezem maakte zijn eerste videowerk in 19691. ‘TV was toen iets bijzonders. De televisie stond vaak verstopt in een kast tegenover het bankstel. ’s Avonds gingen de deurtjes open, maar de rest van de familie mocht dat eigenlijk niet weten. Ik overdrijf een beetje, maar TV was totaal geen chique medium voor beeldende kunst. Wij – kunstenaars die bezig waren met arte povera, conceptuele kunst en fluxus – zagen het juist als interessante mogelijkheid om kunst de huiskamers binnen te brengen.’ Boezem werd, letterlijk, het mannetje in de televisie. ‘Om dat op TV uit te zenden was provocerend: televisietijd was kostbaar, en dan dwongen we mensen om drie minuten lang naar zoiets lulligs te kijken.’

‘Zoiets lulligs’: daarmee doelt Boezem op Het beademen van de beeldbuis, inmiddels een klassieker. De kunstenaar kijkt recht in de camera en begint dan een onzichtbare, ijskoude glazen plaat te beademen, waardoor het lijkt alsof de binnenkant van de tv beslaat. Terwijl de wasem optrekt, zien we het gezicht van de kunstenaar langzaam maar zeker weer verschijnen.

Videokunst raakte vrij snel geaccepteerd. Het beademen van de beeldbuismaakte Boezem in 1971 op uitnodiging van Openbaar Kunstbezit, een stichting die een groot publiek wilde bereiken en kunst uitzond op TV. Hooglandse Kerk, Leidenwas hetzelfde jaar onderdeel van de invloedrijke tentoonstelling Sonsbeek Buiten de Perken. ‘Dat werk gaat over relativiteit van de maat, gekoppeld aan tijd. Het is wonderlijk dat je met een cameralens een weg kan afleggen.’

Videokunstwerken zijn in zekere zin immaterieel, iets waar Boezem zich direct bewust van was. ‘Het niets en het alles – dat zit eigenlijk in al mijn werk. Ik heb mezelf nooit als videokunstenaar gezien, ik gebruik gewoon alles wat god geschapen heeft. De film Cartografia(1997) maakte ik met speciale camera’s die door de het riool kunnen rijden. Voor A Volo d’Ucellogebruikte ik een webcam om vast te leggen hoe de plattegrond van de Basiliek van Sint Franciscus van Assisi, getekend met vogelzaad op het platte dak van mijn atelier, langzaam maar zeker werd opgegeten door vogels. Via een livestream waren de beelden overal te zien. Toen de overgebleven zaadjes begonnen te ontkiemen, had ik ineens een basiliek van gras!’

De kunstenaar houdt technologische ontwikkelingen goed in de gaten – hij kan alles immers toe-eigenen als artistiek materiaal. ‘Ik kijk naar Virtual Reality, maar ik houd het ook nog steeds open om gewoon een schilderij te maken.’ Lachend: ‘Ik ben geen man die aan z’n stijl herkenbaar is.’

 

1 In 1969 maakte Boezem de video Sand Fountainals onderdeel van de film ‘Landart’ in het kader van de Fernseh-Galerie van Gerry Schum, een pionier op dit gebied. Het werk werd uitgezonden door Sender Freies Berlin.

                                                                                

De filmavond Celluloid: Marinus Boezem vond plaats op 28 januari 2017 in de Oude Kerk en was georganiseerd in samenwerking met EYE Filmmuseum. Marian Cousijn interviewde Lorenzo Benedetti (curator Kunstmuseum St. Gallen) en Jaap Guldemond (director of exhibitions, EYE Filmmuseum) over de rol van film in het oeuvre van Marinus Boezem.
Vertoonde films:
Het Beademen van de Beeldbuis, 1971
Hooglandse Kerk, Leiden, 1971
Een Briesje in Mei, 1974
L’Uomo Volante, 1979 (registratie performance)
A Volo d’Uccello, 2010
L’Uomo Volante, 2017 (registratie re-enactment door Frank Stassar)
En een fragment uit Hollandse Meesters – Marinus Boezem (regie: Tom Fassaert), 2013.

 

 


Delen