Jessa_van_der_Vaart-_Barmhartige_Samiritaan

Jessa van der Vaart: Wie is mijn naaste?

Rene Boer

Jessa_van_der_Vaart-_Barmhartige_Samiritaan

Want create site? Find Free WordPress Themes and plugins.

Stelt u zich eens voor, dat u vanavond voor de Oude Kerk had staan wachten. De deur was nog niet open, de kaartjesverkoper was te laat. En plotseling begon het te regenen. Niet een paar druppeltjes, nee, het regende pijpenstelen! Een echte Hollandse stortbui. En er was nergens een plek om te schuilen. Maar, u stond daar niet alleen. Er stond nog iemand naast u met een paraplu! Hij zag u staan en wat zou hij dan doen? Je kent elkaar niet, dus wat gebeurt er dan? En wat zou u doen in zo’n geval? Je hoopt dat die ander zegt: kom schuilen!

Dit is een voorbeeld van wat het woord ‘naaste’ betekent in de bijbel.

In het Nederlands wordt dat woord nog wel eens gebruikt om aan te duiden wie het dichtst bij je staat. Dan spreken we bijvoorbeeld over onze naaste verwanten, of onze naaste buren. In de bijbel heeft het woord ‘naaste’ echter niet zozeer te maken met hoe dichtbij of ver weg iemand is. Daar is je naaste iemand met wie je te maken krijgt. Iemand met wie je, voor korte of langere tijd in hetzelfde schuitje zit.

De Joodse filosoof Martin Buber vertaalt het in het Duits met ‘Genosse’, dat ‘genoot’ betekent. Dat kennen we ook in het Nederlands: studiegenoot, stadsgenoot, reisgenoot, klasgenoot. Dat zijn mensen die kortere of langere tijd iets met je delen. Een studie, een stad of een reis. In het voorbeeld van de regen is het een regengenoot. Je bent even in hetzelfde – onaangename – gebeuren betrokken. En daardoor word je ook paraplugenoot! Elkaars redder in de nood.

En nu staat er een verhaal in de Bijbel – u hebt er misschien wel eens van gehoord – over de barmhartige Samaritaan. Daarin gaat het ook over de naaste: over het gegeven dat je zomaar ineens bij iemand betrokken kunt raken. Maar het geeft daar ook een onverwachte, interessante wending aan. Een wending die ons op een andere manier doet nadenken over barmhartigheid.

Het verhaal over de barmhartige Samaritaan wordt verteld door Jezus. Hij vertelt het aan een geleerde, een kenner van de Thora (de kern van de boeken die wij het Oude Testament noemen). Deze Thora geleerde wil Jezus op de proef stellen. Eens kijken of hij net zoveel weet van de Thora als hij. Dus stelt hij hem een moeilijke vraag: “Wat moet ik doen om eeuwig leven te beërven?” Daarmee bedoelt hij: wat moet ik doen om een leven te leiden dat eeuwigheidswaarde heeft. Dat in de ogen van God een goed en waarachtig leven is. Een nogal grote vraag. Wat kun je daar nou op antwoorden?

Maar Jezus laat zich niet zo makkelijk uit de tent lokken. Hij verwijst de geleerde heel slim weer terug naar zijn eigen boeken en zegt: “Vertel maar eens hoe jij leest”. Dus: welk antwoord vind jij in de boeken?

En dan zegt de geleerde heel braaf: ‘Je zult liefhebben de Heer jouw God, met heel je hart en je ziel, met heel je kracht en je verstand’, en ‘je naaste die is als jij’.

Nou nou, toe maar. Keurig netjes geformuleerd en helemaal volgens het boekje. Maar ga er maar aan staan: God liefhebben en je naaste die is als jij. En de geleerde is niet op zijn achterhoofd gevallen, dus die heeft de volgende vraag voor Jezus alweer klaar: “En wie is dan mijn naaste?”

Een hele goede vraag eigenlijk – die wij onszelf ook wel eens stellen als het over barmhartigheid gaat. Wie is dan mijn naaste? Bent u dat? Is dat alleen mijn familie? Is dat die vreemde vluchteling die naar Nederland komt? Of is dat iedereen?

En dan vertelt Jezus, als antwoord het verhaal over de barmhartige Samaritaan. Omdat u het vast niet in detail kent, lees ik het u voor:

Jezus ging op hem in en sprak:

Een mens daalde af van Jeruzalem naar Jericho

en viel in handen van rovers.

Zij kleedden hem uit, ranselden hem af

en gingen

en lieten hem halfdood achter.

Bij toeval daalde een priester af langs die weg.

Hij zag hem en ging tegenover hem voorbij.

Zo ook gebeurde het dat een Leviet langs die plaats kwam;

hij zag hem en ging tegenover hem voorbij.

Een Samaritaan die de weg ging, kwam langs hem,

zag hem en werd bewogen door ontferming.

Hij ging naar hem toe,

waste zijn wonden met olie en wijn en verbond ze,

tilde hem op zijn eigen rijdier,

bracht hem naar een herberg en verzorgde hem.

De volgende morgen nam hij twee zilverstukken,

gaf ze aan de herbergier en sprak:

‘Zorg voor hem

en wat je meer besteedt,

ik zal het je geven als ik terugkom.’

Wie, denk je, is van deze drie de naaste geworden

van hem die was gevallen in de handen van rovers?

Hij (de Thora kenner) sprak:

Die barmhartigheid aan hem deed.

Jezus sprak tot hem:

Ga en doe jij evenzo.

En ja, wat wil Jezus nou zeggen met dit verhaal? We horen dat er een man halfdood en hulpeloos langs de kant van de weg ligt. Er komen verschillende mensen voorbij. Eerst een priester en een Leviet, twee vertegenwoordigers van de godsdienst. De predikanten en priesters van vandaag, mensen zoals ik! En juist die mensen – van wie je toch enige barmhartigheid mag verwachten – gaan aan de man voorbij.

Jezus zegt dus eigenlijk dat je het van de kerk, of van welk religieus instituut dan ook, niet hoeft te verwachten. En dat is behoorlijk religie-kritisch.

En dan komt er een Samaritaan. Belangrijk om te weten is dat Samaritanen werden geminacht door Jezus’ volksgenoten. Zij werden gezien als nep-gelovigen omdat ze God niet aanbaden in de tempel, maar op een berg. En juist over deze niets serieus genomen figuur, een buitenstaander, zegt Jezus dat hij ‘innerlijk met ontferming werd bewogen’. Hij wordt geraakt, in zijn hart, zijn buik, in heel zijn wezen, door het zien van die man langs de kant van de weg. En dat brengt hem in beweging. Hij gaat iets doen. Hij stapt over een grens heen naar die ander en verzorgt hem. En niet zuinig ook, maar overvloedig en royaal!

En dan nu de vraag van Jezus aan de Thora geleerde: “Wie is de naaste geworden van de mens die in handen van rovers was gevallen?” Antwoord: “die ontferming heeft gedaan aan hem”.

En u hoort wat er gebeurt! Jezus vraagt niet wie is de naaste van de priester, de Leviet en de Samaritaan? Wie is de mens aan wie zij barmhartigheid hadden kunnen doen? Nee, hij vraagt: wie is de naaste van de man die hulpeloos langs de kant van de weg lag? Hij draait de rollen om!

Zo wordt het antwoord op de vraag ‘wie is mijn naaste’, in dit kleine verhaaltje iets heel anders dan wat wij er meestal van maken.

In ons denken zit naastenliefde in de sfeer van liefdadigheid. Daar horen organisaties bij en hulpverleners, acties en contributies. En tegenwoordig ook de ‘Glazen Huis-actie’ van radio 3FM. En hoe goed bedoeld dat allemaal ook is, er zit iets ongelijkwaardigs in, iets dat de ander op afstand houdt. Er zijn rijken en armen. Hulpgevers en hulpbehoevenden. Welvarenden en armoedigen. Sterken en zwakken. En die leven allemaal netjes in hun eigen hokje, hun eigen wereldje.

Maar in het verhaal over de barmhartige Samaritaan worden die hokjes doorbroken. De rollen worden omgedraaid. De vraag ‘wie is mijn naaste?’ is de vraag: wie is het die, als ik hulpbehoevend ben, als er duisternis om mij heen is door wat mij overkwam aan ziekte, de dood van een geliefde of depressie… Wie is er dan om mij overeind te helpen? Wie zal dan mijn naaste zijn?

Wij worden dus als hoorders van het verhaal over de barmhartige Samaritaan, samen met de Thora geleerde langs de kant van de weg gelegd. En als wij vragen wie onze naaste is, dan zegt Jezus: het antwoord op die vraag weet je zelf. Dat is degene die jou niet langs de kant van de weg laat liggen.

Vanwege deze omkering heeft dit verhaal mij diep geraakt. Er zit grote wijsheid in. Het zegt namelijk dat u en ik, wij allemaal op enig moment in ons leven op barmhartigheid zijn aangewezen. Het gaat niet over de ander, het gaat over onszelf.

En ik denk dat dat cruciaal is als we willen nadenken over barmhartigheid. Want hoe zouden we dat kunnen doen als we onszelf daar buiten laten? Als we denken dat alleen de ander hulp nodig heeft? Hoe kunnen we barmhartigheid tonen als we niet beseffen dat we het ook zelf nodig hebben. Als het niet nu is, dan wel op enig moment in de toekomst.

Laten we dan, als we over barmhartigheid spreken, beginnen bij onszelf, door onszelf te zien als mensen die net zo kwetsbaar zijn als die ene mens die hulpeloos langs de kant van de weg ligt. En die allemaal op enig moment in hun leven net zo hard op barmhartigheid zijn aangewezen als hij.

Did you find apk for android? You can find new Free Android Games and apps.

terug naar de blog


Delen