Merve_Bedir

Merve Bedir: De (Markt) Infrastructuur van Barmhartigheid

Rene Boer

Merve_Bedir

Want create site? Find Free WordPress Themes and plugins.

Noot van de auteur: Ik heb altijd interesse gehad in woorden en hun mettertijd veranderende betekenis. Barmhartigheid is een woord waarvan de bijbetekenis rond de 9e eeuw radicaal veranderde, tot een combinatie van de oorspronkelijke betekening van gage, beloning en de bijbelse betekening van genade, gunst. De betekenis van meelevend en gewetensvol werd veel later (11e eeuw) geïntroduceerd en ten slotte, in de 13e eeuw, werd de meer hedendaagse betekenis van liefdadigheid aan het woord toegekend. Om het begrip barmhartigheid in deze tekst ingewikkelder te maken zal ik de vroegere manieren van gebruik terughalen, niet door een naïeve poging om een moderne betekenis toe te kennen aan eerdere bronnen, maar door het beschrijven en bespreken van de verschillende lagen van onze eigen hedendaagse pijn en ellende.

In Wikipedia wordt het Engelse woord mercy (barmhartigheid, genade) gedefinieerd als ‘het tonen van mededogen of verdraagzaamheid, specifiek aan een zondaar of iemand die onderworpen is aan andermans macht’, maar ook ‘een zegen als daad van goddelijke genade of medelijden’ en ‘aan iemands genade overgeleverd zijn’ houdt in dat iemand ‘zich niet tegen een ander kan verdedigen’. Deze definitie impliceert (1) een gever en een ontvanger van genade, (2) een infrastructuur die de machtsverhouding tussen die twee in stand houdt, (3) een pijnlijke gebeurtenis en afloop, op basis van die infrastructuur, die vraagt om genade. Alleen ‘goddelijke genade’, die onvoorwaardelijk en ongelimiteerd is, past niet binnen deze definitie; tenzij genade goddelijk is, is ze hiërarchisch, waarbij de ontvanger de rol van slachtoffer toegekend krijgt.

De recente aanvallen op het M10 ziekenhuis in Aleppo was opnieuw een mijlpaal in het toenemend geweld in de oorlog in Syrië van de afgelopen maanden. Mensen bleven achter zonder water, ziekenhuizen werden gebombardeerd. Dit riep dringende vragen op over waar de drempel om in te grijpen zou liggen. Terwijl Ban Ki-moon op de avond van het incident M10 vergeleek met een slachthuis, gaf Dr. Sahloul, een van de vrijwilligers in het ziekenhuis, een opvallende reactie: ‘Dit is het nieuwe normaal, gecreëerd in dit conflict wat door de internationale gemeenschap getolereerd wordt. Behalve beschrijvingen van wat er gebeurt en woorden van medeleven, zien we geen enkele actie om dit te stoppen.’ Naast de directe betekenis ervan, suggereerde deze verklaring een potentieel verdere toename van geweld in Syrië in de toekomst.

Maar dit was niet de eerste keer dat die drempel opgeworpen werd. Een eerder moment was toen ISIS videos uitzond van de verwoesting van Palmyra en andere eeuwenoude ruïnes in Syrië en Irak. We konden slechts blijven toekijken hoe ze honderden jaar oude artefacten met de grond gelijk maakten. Die beelden veroorzaakten meningsverschillen, moedigden aan tot geweld en leidden feitelijk tot nog meer apathie. Ondertussen, terwijl de slag om Mosul begon, zond Channel 4 een drie uur durende live uitzending van de oorlog uit via haar facebook pagina. Voor het eerst in de geschiedenis konden kijkers in ‘real-time’ oorlog zien plaatsvinden en duimpjes geven voor ‘Koerdische troepen vallen ISIS aan’ of een ‘verdrietig’ of ‘boos’ gezichtje plaatsen als reactie op het bombardement op Iraakse verzetslinies. Dit was het moment waarop onze barmhartigheid zich vertaalde in emoticons op Facebook. Terwijl sommigen Channel 4 verweten van oorlog amusement te maken, legden anderen de nadruk op de realiteit van Facebook als internetmedium en de onmogelijkheid om weg te kijken van de live gestreamde oorlog.

In haar allerlaatste boek Regarding the Pain of Others, ontleed Susan Sontag ons hedendaagse begrip van oorlog en conflict en reflecteerde ze op het geweld en het gruwelijke ‘provincialisme’ van de media, de grenzen van medeleven en de verplichtingen van het hebben van een ‘geweten’. Ze bracht de nieuwe ‘spektakelmaatschappij’ als argument in en benadrukte het risico van een wederzijds slachtofferschap (wat zich, denk ik, openbaart binnen de hiërarchie van genade) tussen degenen die de pijn en het geweld aanschouwen (de gevers van genade) en diegenen die lijden (de ontvangers van genade).

Terwijl we blijven kijken naar het geweld van de oorlog in Syrië of de terroristische aanslagen van ISIS ben ik gaan denken dat onze tolerantie voor (het zien van) geweld ook opgelopen is, wat weer van invloed is op de angst om onszelf. Een angst dat hetzelfde ons, onze geliefden, ooit kan overkomen. Dat we op een dag eenzelfde geweld het hoofd moeten bieden en dus maar beter onze mond kunnen houden tegen onze autoritaire regeringen, omdat we anders misschien ooit onze huizen moeten verlaten, misschien ooit moeten vluchten. We zijn afhankelijk van de genade van de Staat. De angst voor onzekerheid. Of zoals Sontag beargumenteert: wij worden ook slachtoffer van het geweld. Velen van ons ‘in vrede’ hebben zich middels liefdadigheid barmhartig getoond voor velen van hen ‘in oorlog’. Het is alsof diegenen beter af zijn zonder de mogelijkheid tot direct contact, maar ze zijn nog steeds afhankelijk van onze genade – de meesten van ons willen ze in ieder geval niet ‘hier thuis’ hebben. Sterker nog: de meesten van ons voelen zich feitelijk niet verantwoordelijk voor wat er gebeurt is, we voelen ons hooguit schuldig.

Op dit moment vraag ik me af: hoe kunnen we zaken met betrekking tot barmhartigheid bespreekbaar maken, de hiërarchie tussen gever en ontvanger breken, dat wil zeggen onze menselijke band gelijkschakelen, onze relaties horizontaliseren, en de ontvanger (en daarmee ook de gever) uit de slachtofferrol van barmhartigheid halen? Hoe gaan we voorbij de hedendaagse retoriek van een barmhartigheid die medelijden en liefdadigheid inhoudt?

In zijn lezingen (2013-2015) verklaart Michel Feher de transformatie van de moderne staat om met de globale zakelijke economie om te kunnen gaan. Hij praat over de focus op groei en de geplande/gemanagede vernietiging, schulden, werkloosheid en inflatie als elementen van de aard van het neoliberale systeem. Hij telt daar de nationale grens als instrument bij op, waardoor sommige mensen en goederen gestimuleerd worden om te reizen, terwijl anderen overbodig worden. Immers, of mensen of voorwerpen nou gesmokkeld worden van Egypte naar Italië of van Turkije naar Griekenland, sommigen duiken op in Lampedusa en anderen in Sotheby’s. Dat overwegend kom ik terug op mijn bovenstaande vraag: Kunnen we niet beter focussen op de (markt)infrastructuren die slachtoffers veroorzaken in plaats van proberen de pijn van anderen te illustreren? Dat is de context van barmhartigheid.

De angst voor onzekerheid is een van de elementen van deze infrastructuur die de hiërarchie van barmhartigheid onthult, maar ons ook zou kunnen helpen om die te breken. Zygmunt Bauman (2006) omschrijft het als ‘vloeibare angst‘, niet weten waarop we kunnen vertrouwen of waarin we onze hoop en verwachtingen kunnen investeren, of je niet veilig en vrij voelen. Wat, volgens hem, de psychologie achter de opkomst van nationalisme en conservatieve politiek zou kunnen verklaren, terwijl voor vluchtelingen de angst voor wat de nabije of verre toekomst voor hen in het kamp in petto heeft het trauma creëert. Een ander element van deze infrastructuur is schuld en/of verantwoordelijkheid.

Verantwoordelijkheid gaat over de toekomst, maar in onzekere tijden willen mensen niet over de toekomst nadenken. James Baldwin zei ooit dat de meeste mensen zich niet verantwoordelijk voelen voor wat hun regering in het verleden heeft gedaan, of nog steeds doet. Hij legde de nadruk op de ‘langetermijnvisie’ als iets waaraan we een diepe behoefte hebben binnen de huidige atmosfeer van kortetermijndenken, en beschouwde de relatie tussen heden en verleden als ‘zin geven aan verantwoordelijkheid’. Hij voegde daaraan toe: ‘Wat ik verlang van en voor anderen, is hetzelfde als wat ik verlang van en voor mezelf.’

Kunnen we niet slechts kijken naar de pijn van anderen die barmhartigheid nodig lijken te hebben, van een afstand en met afstand, maar in plaats daarvan naar ze kijken, hen naar ons laten kijken, en naar elkaar kijken? Kunnen we onszelf met anderen bekend maken door te denken aan onze eigen pijn via de pijn van anderen? Kunnen ideeën over bijvoorbeeld competitie, goed en normaal zijn, succesvol zijn, de vreemde opvatting over prestatie, of ‘precariaat’, interessant zijn om samen in te duiken en verder te onderzoeken? Wat zou de rol zijn van de creatieve individuen binnen de (markt)infrastructuur van barmhartigheid?

Junot Diaz zegt: ‘Vaak moedigt onze pijn ons aan om onszelf te isoleren. De waarheid is dat onze pijn een onderscheidingsteken is voor hoe we onderdeel zijn van die grotere gemeenschap. Dat erkennen en onze gedeelde menselijkheid erkennen is een inzicht van formaat. Het ego duwt ons richting individualisme, richting fantasieën over machtsprestatiesm en dat alles rukt ons weg van onze gemeenschappelijke schakel, onze gemeenschappelijke klei. We zijn gemaakt uit gemeenschappelijke klei en een van de meest voorkomende mineralen in die klei is onze kwetsbarheid.’

Did you find apk for android? You can find new Free Android Games and apps.

terug naar de blog


Delen