Maarten_beeld

Maarten Zeegers: Mia & Hassan

Rene Boer

Maarten_beeld

Want create site? Find Free WordPress Themes and plugins.

Amsterdam, 16 juli 2016

Het is een warme zomerdag wanneer ik aanbel bij een portiekwoning vlak bij de RAI. Mia opent de deur boven aan de trap en geeft me een korte rondleiding. Hoewel het huis in geen enkel opzicht lijkt op het huis van mijn eigen oma, doet het er toch aan denken. Alsof woningen van dames op leeftijd altijd iets gemeenschappelijks hebben.

Mia is reeds een aantal jaar gepensioneerd, maar nog altijd zeer actief. Ze doet vrijwilligerswerk en heeft zitting in een woningbouwproject voor ouderen. Thuis beoefent ze haar liefde voor de kunst. De laatste tijd houdt ze zich vooral bezig met het maken van strips.

Mia haalt een tekening tevoorschijn van haarzelf als vijfjarig meisje, terwijl ze blokjes geteerd hout tussen de tramrails bikt. Het is de hongerwinter van ‘44 en Mia was er door haar ouders op uitgestuurd om brandstof te verzamelen voor de noodkachel. De oorlog heeft diepe sporen nagelaten op de herinneringen aan haar kindertijd.

Heden ten dage is er in de wereld niet veel veranderd. In Syrië kappen mannen in belegerde wijken de spaarzame bomen in stadsparkjes en stoken die op als bescherming tegen het barre winterweer dat Syrië soms kan teisteren. Het is deze overeenkomst die ten grondslag ligt aan mijn ontmoeting met Mia.

Twee jaar geleden luisterde zij op een doordeweekse dag toevallig naar Dagboek Syrië, een radioprogramma waarin mijn Syrische echtgenote vertelde over het dagelijks leven in het door de oorlog geteisterde land. Die dag ging het over Hassan, een jongen die al maanden vastzat in Yarmoek, een door het regeringsleger omsingelde wijk van Damascus.

Het leger probeerde de verschanste rebellen uit Yarmoek op de knieën te krijgen door hen en de overgebleven inwoners uit te hongeren. Youtube-filmpjes uit de wijk toonden uitgemergelde ouden van dagen en ondervoede kinderen. Om in leven te blijven aten de mensen straatkatten of waterige soep met kruiden die ze in kleine tuintjes op de daken van hun huizen verbouwden.

Hassan zelf was een paar weken eerder in zijn been geschoten en had daarom dringend medische verzorging nodig, die in Yarmoek niet voorhanden was. Hij kon het gebied alleen verlaten als hij corrupte regeringssoldaten zou weten om te kopen. De kosten van deze operatie: achthonderd euro.

Toen Mia op de radio hoorde over de benarde situatie van Hassan werd ze teruggevoerd naar haar kindertijd, naar de winter van ‘44 toen ze hout verzamelde tussen de trambaan. Ze besloot vrijwel direct om de benodigde euro te doneren om Hassan vrij te krijgen.

‘Ik weet hoe het voelt om in een oorlogssituatie te zitten, ik weet wat het betekent om niet vrij te zijn, en hoe het is om die vrijheid weer terug te krijgen’, verklaart Mia haar beweegredenen. ‘Toen ik Hassans verhaal hoorde op de radio, wilde ik hem graag helpen. En ik kon het geld missen, dus waarom niet? Sommige mensen offeren zich volledig op voor de ander. Ik vind dat prachtig, maar zo’n type ben ik niet. Maar als ik vanuit mijn luie stoel iets kan doen, dan doe ik dat.’

En met succes. Hassan wist te ontkomen en heeft inmiddels Syrië verlaten. Nu heeft hij een verblijfsstatus als vluchteling in Duitsland.

Mia leidt me door een schuifdeur naar een zitkamer met zo’n luie stoel. De muren zijn niet zichtbaar door de boekenkasten die de kamer vullen. Ik ga zitten, terwijl Mia tegenover mij plaatsneemt.

Mia’s opvattingen over naastenliefde zijn gevormd tijdens haar oorlogsjaren. Bij haar thuis gold een duidelijk besef van goed en fout. ‘Het verzet was goed. De moffen waren fout’, vertelt Mia. ‘Vrienden en buren die bij de NSB zaten waren niet meer welkom bij ons thuis.’

Tijdens de bezetting was Mia’s vader kinderarts met een eigen praktijk. In die tijd was het nog gewoon dat de kinderarts aan huis kwam. Toen de Duitse bezetter het decreet uitvaardigde dat Joden niet langer hun beroep als arts mochten uitoefenen, heeft Mia’s vader de praktijk van een collega overgenomen. Een aantal kinderen uit die praktijk heeft hij in veiligheid weten te brengen.

Haar vader stond in contact met de studenten die Joodse kinderen hielpen onderduiken. Een politiefunctionaris lekte geregeld informatie over op handen zijnde operaties om Joden op te pakken voor deportatie. Wanneer haar vader vernam dat er in een wijk een razzia zou plaatsvinden, dan ging hij ’s ochtends op de fiets (artsen mochten als enigen vanwege hun beroep hun rijwiel houden) langs de huizen van zijn Joodse patiënten om hen te waarschuwen. Hij vertelde dan dat er straks een student zou langskomen aan wie ze hun kinderen konden meegeven, als ze dat zouden willen.

Buiten de verzetsdaden om, stond bij de familie ook gewone naastenliefde hoog in het vaandel. Wanneer ze van het platteland extra voedsel op de kop hadden weten te tikken, dan werd dat altijd gedeeld met bekenden die ook honger leden.

Mia is trots op haar ouders. ‘Ik besef wel dat ik geluk heb gehad, want ik had net zo goed geboren kunnen worden in een NSB-gezin. Ik ben door de morele waarden van mijn ouders gevormd, maar uiteindelijk gaat het erom wat je zelf ermee doet. Naastenliefde kun je niet erven.’

‘Hassan was voor mij een kans om iets goeds te doen’, legt Mia uit, terwijl ze thee inschenkt. ‘Barmhartigheid, zoals van de Samaritaan, is onbaatzuchtig. Geen geval van recht maar van het hart, van persoon tot persoon in levende lijve. Door het beschermde leven dat ik leid kom ik die situaties niet tegen. Ik geef ook wel aan Vluchtelingenwerk hoor, en aan Artsen Zonder Grenzen, maar dat voelt meer als een plicht, zo van: dan heb ik dat ook weer gedaan. Die organisaties zijn zo massaal en abstract, maar dit was heel tastbaar en persoonlijk. Nu kon ik direct iemand helpen.’

Mia denkt even na en zegt dan: ‘Je weet ook nooit precies wat die grote instanties met jouw geld doen. En wat er aan de strijkstok blijft hangen.

‘Maar hoe wist je dat jouw geld in dit geval wel goed terecht zou komen?’

‘Dat wist ik niet’, antwoordt Mia. ‘Ik was me ervan bewust dat met het geld regeringsofficials zouden worden omgekocht. Dat het zou verdwijnen in de zakken van de mannen van Assad, en dat ze daarmee nieuwe wapens zouden kunnen kopen. Dat zal allemaal best wel, maar wat heeft Hassan aan dat soort afwegingen?’

Mia heeft natuurlijk gelijk. Ze had mijn vrouw nog gemaild om te vragen of het geld wel goed terecht zou komen. Sarah dacht van wel, maar kon het niet garanderen. Verder wilde Mia niet gaan. ‘Van nature ben ik wantrouwig, maar ergens in het leven heb ik besloten om aan die gevoelens geen aandacht meer te besteden. Het is een negatieve levenshouding om voortdurend iedereen te wantrouwen.’

Volgens Mia is naastenliefde iets essentieels voor de mens, omdat hij of zij daarmee zijn eigen menselijkheid realiseert. ‘Het is belangrijk om het goede te doen, omdat je daarmee het goede in jezelf aanspreekt.’

Mia denkt even na en voegt er dan aan toe: ‘Naastenliefde is natuurlijk niet alleen altruïstisch. ‘Door iemand anders te helpen, krijg je ook zelf een goed gevoel. Dat is een prettig bijeffect waar je jezelf niet voor hoeft te schamen.’

Mia vindt tegelijkertijd dat het niet goed is om daar verder mee te koop te lopen. Ze wilde aanvankelijk geen ruchtbaarheid aan haar gift geven of in de media komen. ‘Dit is iets tussen hem en mij’.

Mia is lid van een Platform dat tot doel heeft om in de stad woongemeenschappen met ouderen te realiseren. Eén groep had in Amsterdam een leegstaand pand van de Gemeente op het oog dat de gemeente ter beschikking wilde stellen. Op het laatste moment kwam er echter een streep door de plannen. Door de toestroom van vluchtelingen uit Syrië was de gemeente genoopt om alle leegstaande panden te gebruiken voor de huisvesting van statushouders. De groep van Mia kon weer opnieuw beginnen.

Ik neem afscheid en vraag of Mia het leuk zou vinden om Hassan een keer te ontmoeten. Mia knikt voorzichtig. ‘Ik wil graag weten of het goed met hem gaat, maar ik wil niet dat hij mij wil ontmoeten alleen uit dankbaarheid. Hij mag best blij zijn, maar hij moet niet het gevoel hebben dat hij mij iets verschuldigd is.’

Barmhartigheid zorgt vrijwel altijd voor een onevenwichtige relatie tussen de gever en de ontvanger. Een verhouding van afhankelijkheid en een van superioriteit en inferioriteit.

Mia: ‘Als je meer hebt is geven zonder je de meerdere te voelen soms moeilijk, maar de ander moet het ook kunnen aanvaarden zonder zich de mindere te voelen. Bij barmhartigheid gaat niet alleen om waardigheid, maar ook om evenwaardigheid.’

Met dit laatste idee verlaat ik de woning. Ik ben benieuwd wat Hassan van het idee vindt om Mia te ontmoeten. Misschien heeft hij een oplossing voor dit laatste probleem dat onlosmakelijk met naastenliefde verbonden is.


Schwerin, 3 augustus 2016

Die Bahn brengt me vanaf Rotterdam via Amersfoort en Hannover naar het stadje Schwerin. Schwerin ligt in het Oosten van Duitsland, op zo’n tweeënhalf uur rijden van de hoofdstad Berlijn. Het telt zo’n 90 duizend inwoners, en is in de zomer vooral in trek bij toeristen die bezoekjes brengen aan het schilderachtige slot op een eilandje in een nabijgelegen meer.

Wanneer ik het perron afloop staat Hassan mij in de vertrekhal op te wachten. Hij omhelst me alsof we elkaar al jaren kennen.

‘Je moet niet raar opkijken als iemand ons vies aankijkt,’ waarschuwt Hassan, terwijl we het stationsplein oversteken. Regelmatig krijgt hij in de tram boze blikken toegeworpen of moppert iemand in het voorbijgaan: ‘Kein Platz’. Volgens Hassan zijn er in Schwerin veel nazi’s. ‘In ieder geval meer dan op andere plekken in Duitsland.’

Met nazi’s doelt Hassan op de inwoners die de Syrische vluchtelingen liever niet in hun stad hebben. Twee dagen geleden vond er in het centrum een demonstratie plaats tegen de komst van de Syrische vluchtelingen. Toen tegendemonstranten zich ermee gingen bemoeien, ontstond er een opstootje. De politie moest er uiteindelijk aan te pas komen om de twee groepen uit elkaar te houden.

In tegenstelling tot het westen van Duitsland, heeft de voormalige DDR geen grote immigratiegolven gekend. De toestroom van Syrische vluchtelingen is voor Schwerin een nieuw fenomeen. En je komt ze in het stadje overal tegen.

Ya hala,’ groet Hassan een man die ons passeert. ‘Kefak?’

Het is een van Hassans oude buren uit Damascus die ook als vluchteling in Schwerin terecht is gekomen. Puur toeval, maar het heeft iets surrealistisch.

Vluchteling-zijn is een familie-eigenschap. Hassans opa en oma komen oorspronkelijk uit Haifa, maar sloegen na het uitroepen van de Joodse staat in 1948 op de vlucht voor Israëlische milities. Ze kwamen terecht in het Palestijnse vluchtelingenkamp Yarmoek aan de rand van Damascus. Hier kwam zijn vader ter wereld, en ook Hassan.

Het vluchtelingenkamp Yarmoek transformeerde in de decennia erna van een verzameling tenten tot een van de meest dichtbevolkte delen van Damascus. Hoewel het er tijdens mijn verblijf uitzag als een normale woonwijk, werd het door iedereen in Damascus steevast ‘het kamp’ genoemd.

Hassan was nog maar een kind toen zijn vader stierf. Zijn moeder hertrouwde, maar Hassan grootouders vonden het geen goed idee dat hij bij zijn stiefvader zou gaan wonen. Voor het grootste gedeelte van zijn jeugd is Hassan opgevoed door zijn oma, met wie hij een speciale band heeft.

‘Mijn familie was anders dan de meeste anderen. Mijn grootouders waren redelijk open en niet religieus. Ze vonden het vooral belangrijk dat ik ging studeren.’

Hassan behoort tot de derde generatie Palestijnen in Syrië. Hoewel hij zijn hele leven in Syrië gewoond, gestudeerd en gewerkt heeft, is hij nooit in het bezit geweest van de Syrische nationaliteit. Hij had slechts een verblijfsdocument als Palestijns vluchteling. In de tram naar huis toont Hassan zijn Duitse identiteitskaart. Van Palestijns vluchteling in Syrië naar Syrisch vluchteling in Duitsland. Het kan raar lopen.

De laatste halte van de lijn is het eindpunt. Terwijl ik Hassan volg over een terrein met flats omringd door parkeerplaatsen en bomen, hoor ik overal om mij heen de klanken van het Syrische dialect. Ik krijg het vermoeden dat haast alle bewoners hier vluchtelingen zijn. Hassans appartement ligt op de vijfde etage van een sober gebouw. Puffend (er is geen lift) bereik ik de deur van zijn woning waarvan hij gisteren de sleutel heeft gekregen.

De benaming ‘appartement’ is eigenlijk iets te veel eer voor een hok van 25 vierkante meter plus badkamer met kapotte douchekop en vies toilet. De vloer is zo smerig dat Hassan mij ervoor waarschuwt mijn schoenen uit te doen. Al zijn bezittingen zitten in sporttassen verspreid over de woning, omdat hij nog geen kast heeft. Het enige meubelstuk is een bed dat van ellende haast uit elkaar valt. Hij had het gisteren gehaald, zodat ik niet op de grond zou hoeven slapen.

Hassan’s Odyssee begon in 2011.

Bij de eerste protesten tegen het regime van president Assad, bevond Hassan zich onder de demonstranten. Toen de vreedzame betogingen omsloegen in gewapend verzet, sloot Hassan zich aan bij de opstandelingen in Yarmoek. Het Vrije Syrische Leger noemden ze zich, maar in feite waren het jongens van de straat, studenten, aangevuld met gedeserteerde militairen en leden van Palestijnse verzetsorganisaties. Na enkele maanden wisten ze het kamp in handen te krijgen en het regime te verjagen

Hassan vocht niet actief aan het front. Hij werkte als hulpverlener in veldhospitalen of hij zamelde medicijnen in voor gewonde strijders en de burgerslachtoffers van de bombardementen. Ook maakte hij filmpjes van demonstraties, schermutselingen of de verwoesting van zijn wijk die de beschietingen van het leger hadden veroorzaakt, en zette die op internet. Soms had hij wachtdienst. Alleen bij een directe aanval op Yarmoek, had hij geen andere keuze dan de wapens op te nemen. ‘We moeten ons verdedigen als het leger en milities onze wijk bestormt’, legt Hassan uit. ‘Als we niets doen, dan maken ze ons af.’

Ik vraag of hij in die tijd iemand gedood heeft.

‘Niet bewust,’ antwoordt Hassan. ‘Ik heb alleen geschoten vanachter een muur zonder te kijken.’ Hij vuurt met zijn handen een denkbeeldige salvo af om de hoek van de keuken. ‘Of ik iemand geraakt heb, weet ik niet.’

Hassan is overigens vaak genoeg in de positie geweest om regeringssoldaten uit te schakelen. Als hij vanaf zijn verscholen positie aan de frontlinie een soldaat in het vizier had, was een simpele handbeweging genoeg om zijn leven te nemen. Toch heeft Hassan het nooit gedaan. ‘Waarom zou ik iemand doden, als het niet per se nodig is. Die soldaat is net zo goed een slachtoffer van de oorlog.’

Het is de ultieme vorm van genade: het sparen van het leven van iemand, die in dezelfde situatie misschien wel de trekker had overgehaald.

‘Het gaat niet om het leven van die soldaat alleen’, legt Hassan uit. ‘Hij heeft ook een vrouw en kinderen.’

Het regime bleek niet in staat om de opstandelingen in Yarmoek te verslaan en besloot hen daarom uit te roken. Het leger omsingelde de wijk en sloot het in de zomer van 2013 volledig van de buitenwereld af. Iedere toegangsweg werd bewaakt door een checkpoint, elke sluiproute lag in het schootsveld van sluipschutters. Geen muis kon het gebied nog in of uit. ‘Het was een gevangenis’, aldus Hassan.

Er was geen elektriciteit meer en er ontstonden grote voedseltekorten, als ook een gebrek aan medicijnen. De mensen verbouwden kruiden op de daken van hun woningen en waren zelfs gedwongen honden en straatkatten te eten om in leven te blijven. Meer dan honderd mensen stierven in die periode aan ondervoeding en uitdroging, voornamelijk kinderen en ouden van dagen.

In december 2013 verergerde de situatie voor Hassan. Hij raakte gewond toen vlak naast hem een granaat ontplofte. Drie scherven doorboorden zijn onderarm en anderen verwonden zijn been. Zijn verwondingen waren zo ernstig dat hij dringend medische verzorging nodig had. Verzorging die in het uitgehongerde Yarmoek niet meer voorhanden was.

Hassan rolt de mouwen van zijn trui omhoog en laat twee grote littekens zien net boven zijn pols, een blijvend aandenken aan de revolutie.

Tegelijkertijd was er ook een andere dreiging ontstaan. IS begon voet aan de grond te krijgen in Yarmoek en die hadden niet veel op met types zoals Hassan. Een aantal van Hassans vrienden waren in de maanden na de opkomst van IS geliquideerd. ‘Ik rook, ik drink, ik ga niet naar de moskee. Voor hen ben ik een ongelovige, net als het regime.’

De situatie van Hassan leek hopeloos totdat het regime begin 2014 tijdens onderhandelingen met de rebellen in Yarmoek een voorstel deed. Wanneer vijftig strijders zich zouden overgeven, dan zou het leger de blokkade opheffen en voedsel en medicijnen toelaten.

Het was voor Hassan de enige kans om levend uit Yarmoek weg te komen. ‘In principe wilde ik helemaal niet weg, maar langer blijven stond gelijk aan zelfmoord. En op deze manier kon ik de mensen die achterbleven in ieder geval nog helpen.’

De regeling stipuleerde dat strijders zich dienden over te geven met hun wapens, maar Hassan bezat geen eigen geweer. Hij wilde er ook geen nemen van zijn brigade, want dat betekende weer een wapen minder voor zijn strijdmakkers.

Gelukkig kende Hassan een man die connecties had bij het regime. Voor een bedrag rond de achthonderd euro kon hij ervoor zorgen dat het regime een oogje dicht zou knijpen, als Hassan zich zonder wapen zou overgeven. Maar hoe kon Hassan in het volledig van de buitenwereld afgesloten Yarmoek aan zoveel geld komen?

Rond die tijd hoorde Mia op de radio over Hassans situatie. Ze hoefde niet lang na te denken om de benodigde vijfhonderd euro te doneren. Mia maakte het geld over op de bankrekening in Libanon. Vandaaruit werd het bedrag overgemaakt via Western Union naar een zekere Osama, een goede vriend van Hassan uit Damascus. Osama bracht het geld vervolgens naar Hassans contactpersoon, die het als smeergeld betaalde aan het regime.

Enkele nachten later verzamelde Hassan zich met vier anderen aan de rand van Yarmoek. Het hele plan moest in het geheim plaatsvinden, want als IS erachter zou komen dat ze de wijk trachtten te ontvluchten, zouden ze ongetwijfeld beschuldigd worden van verraad en gedood. Via de walkietalkie stond Hassan in contact met regeringssoldaten aan de overkant van de frontlinie. Nadat was afgesproken dat er niet geschoten zou worden, stak hij het niemandsland over naar het door het regime gecontroleerde deel van Damascus.

Dat betekende niet dat Hassan meteen een vrij man was. Drie maanden werd hij door de veiligheidsdienst onder huisarrest geplaatst in een gebouw vlak bij het front, voordat hij definitief werd vrijgelaten. Hassan was de enige van zijn groep die zich had overgegeven als ‘burger’, de andere vier als strijder met een geweer. Na zijn vrijlating heeft Hassan geprobeerd om contact met hen te zoeken, maar niemand had iets van hen vernomen. Hij vreest voor het ergste. Van de belofte van het regime om een hulpkonvooi toe te laten tot Yarmoek en de blokkade op te heffen, kwam uiteindelijk ook niets terecht.

De maanden daarop woonde hij bij zijn familie in een buitenwijk van Damascus, totdat hij via een vriend in Duitsland te horen kreeg dat de veiligheidsdienst alsnog ook van hem af wilde. Hassan nam daarop het besluit om definitief het land te verlaten. Smokkelaars stopten hem in de kofferbak van een pick-up en brachten hem naar Turkije. Vervolgens dobberde hij op een bootje naar Griekenland, en vandaaruit reisde hij door naar Duitsland. Nu zit hij hier in een huis zonder meubels en een kapotte douche.

Hassan gaat voorzichtig op het bed zitten en staart droevig uit het raam. ‘Als ik naar buiten kijk, bekruipt me altijd een onbehaaglijk gevoel. In Yarmoek zat er maar drie meter tussen het raam van mijn overbuurman. Maar hier: een open vlakte, bomen, soms een wild dier. Het is niet dat het me angst aanjaagt, maar ik kan er gewoon niet aan wennen. Begrijp je wat ik bedoel?

Ik zwijg.

‘Ik kan niet beschrijven hoe het voelt om de plek waar je bent opgegroeid te moeten verlaten. Je denkt misschien dat een andere omgeving juist interessant kan zijn, maar dat geldt alleen als je er voor kiest om op reis te gaan. Het is anders als je gedwongen wordt.’

Ik ga voorzichtig op het bed zitten, in de hoop dat die niet door de hoeven zakt. Het is inmiddels over twaalf en de hoogste tijd. Het is lang geleden dat ik samen met een vreemde man in één bed heb geslapen, maar een andere optie is er niet. Moe van de reis val ik in slaap.


Schwerin, 4 augustus 2016

‘Allahoe Akbar!’

Ik schrik wakker. Wat is er aan de hand? Een bom? Een zelfmoordaanslag?

Naast me ligt Hassan met zijn ogen open. Hij kijkt me verontschuldigend aan. ‘Heb ik geschreeuwd?’

Ik antwoord nog steeds geschrokken: ‘Dat viel wel mee.’

Hassan staat op en loopt naar de keuken om een glas water in te schenken. Door wat hij in Syrië heeft meegemaakt, lijdt hij al maanden aan de symptomen van post-traumatische stress. Nachtenlang lag hij wakker, en eenmaal in slaap werd hij gekweld door boze dromen. Een dokter schreef hem kalmeringspillen voor. Die werken goed, maar gisteravond was Hassan vergeten om zijn medicijnen in te nemen. Het gevolg: een nachtmerrie waarin verschrikkelijke beesten hem opjoegen en dreigden te verscheuren, zijn herinneringen aan de oorlog die hem achtervolgen.

De volgende ochtend na het ontbijt (thee, een croissant en een joint) nemen we de tram naar het centrum van Schwerin. In het gebouw van de openbare bibliotheek zit sinds kort een magazijn met tweedehands meubilair. Hier kan men zijn oude spullen afgeven, zodat de Syrische nieuwkomers ze voor een symbolisch bedrag weer mee kunnen nemen. Een mooi initiatief.

Ikzelf zou de aanwezige meubels omschrijven als troep, maar Hassan moet met zijn beperkte financiële middelen toch iets. Een bijkomend probleem is dat ieder meubelstuk direct zijn hele woning vult. Uiteindelijk besluit Hassan toch maar even te wachten, wellicht is het aanbod volgende week beter.

Geïnspireerd probeer ik voor Hassan bij de Mediamarkt een stofzuiger te kopen, maar hij is te trots om mijn gift te aanvaarden. ‘Ik wil een stofzuiger zonder stofzuigerzakken’, voert hij aan als argument. Even later trakteert hij mij wel op een ijsje, die we samen opeten op de trappen voor een vijver in het centrum van de stad.

Terwijl ik een bolletje vanille naar binnen werk, stel ik Hassan eindelijk de vraag waar ik voor gekomen ben. ‘Wat betekende het voor jou toen je hoorde dat een vrouw in Nederland 500 euro had overgemaakt om jou uit Yarmoek weg te krijgen?’

Hassan denkt even na en zegt dan: ‘Het herstelde mijn vertrouwen in de goedheid van de mens.’

‘Want dat was je verloren?’

‘Dat vertrouwen had tijdens mijn verblijf in Yarmoek wel een paar knauwen gekregen. Soms kreeg ik het gevoel dat niemand zich interesseerde voor ons lot, dat de hele wereld ons in de steek had gelaten. Maar als je dan zoiets hoort, dan komt dat vertrouwen terug. Zo van: zie je wel, er zijn toch nog goede mensen.’

Ik vraag Hassan of hij er zeker van is of dit principe altijd even goed functioneert. Iemand kan zich zijn hele leven inzetten voor anderen zonder daar ooit iets voor terug te krijgen. Daarnaast had Mia ’s barmhartigheid net zo goed terecht kunnen komen bij iemand die alleen maar aan zichzelf denkt.’

‘Dat kan, maar dat is natuurlijk niet de bedoeling’, legt Hassan uit. ‘Als jij iemand in nood de helpende hand toesteekt, dan wil je toch ook dat diegene hetzelfde zou doen voor iemand anders?’

Het is de theorie van de Bank van de Wederdienst die Paolo Coelho omschrijft in zijn boek De Zahir. Door iemand te helpen bouw je krediet op, zodat je later, wanneer jij dat nodig hebt, dat krediet weer kunt opnemen. De Bank van de Wederdienst is echter meer dan alleen een balans tussen twee personen. Het is een bank met een collectieve spaarrekening, waarop je naastenliefde kunt storten, in de overtuiging dat diegene die het krediet opneemt, ook weer iemand anders helpt, en diegene ook weer. Zo ontstaat er een gemeenschap van mensen die elkaar terzijde staan, de gever en ontvanger steeds van positie wisselen en een gedeelde verantwoordelijkheid voelen. De bank van de wederdienst is de oplossing voor het probleem van scheve verhoudingen tussen gever en ontvanger. Ze zijn hier beiden waardig en evenwaardig.

Toen Hassan in Duitsland aankwam heeft hij deze theorie direct weer in de praktijk gebracht en op zijn beurt geld gestuurd naar zijn neef in Libanon, zodat die ook naar Europa kon komen. Daarnaast doet hij vrijwilligerswerk bij het Rode Kruis in Schwerin dat Syrische vluchtelingen opvangt.

‘Het is net als het leven’, onderschrijft Hassan de theorie. ‘Het gaat altijd door. Er is altijd wel weer iemand anders die hulp nodig heeft.

Een vlucht mussen hebben zich ondertussen voor ons verzameld en kijken verlekkerd naar het hoorntje van Hassan ijsje.

Volgens Hassan is het goede en slechte aanwezig in ieder mens. Hij of zij bepaalt zelf welke kant hij aanspreekt. ‘Het zit hier vol met nazi’s, maar er zijn in Schwerin ook hele goede mensen’, zegt Hassan terwijl hij naar een verkiezingsposter wijst met daarop een kandidaat voor de Groenen. ‘Die man noemen ze bij het Rode Kruis Der Engel vom Hauptbahnhof.

Hassan heeft deze man zelf meegemaakt toen hij een keer moest vertalen voor het Rode Kruis. Een Syrisch gezin was net aangekomen op het station van Schwerin zonder enige bezittingen. Ze hadden geen andere keuze dan op straat te slapen. Het Rode Kruis belde daarop ‘de engel’ die direct naar het station kwam om het gezin op te halen. Ze konden bij hem thuis blijven slapen, zolang als nodig was. Hij kocht kleren voor hen en nam ze mee naar de dokter.

‘En wat zou je tegen Mia willen zeggen, als je haar zou zien?’ vraag ik Hassan.

Hassan valt even stil en zegt dan: ‘Allereerst wil ik haar een dikke kus geven. Voor de rest weet ik niet goed wat ik zou moeten zeggen. Geloof me, het woord dankjewel voldoet niet aan wat ik voel.’

Wanneer ik mijn ijsje op heb, vraag ik Hassan ten slotte wat zijn dromen zijn voor de toekomst.

‘Ik hoop ooit mijn oma nog een keer terug te zien’, antwoordt hij met iets van droefheid in zijn stem.

Ik kijk naar Hassan. ‘Je weet toch dat je waarschijnlijk nooit meer terug kan naar Syrië?

Hassan breekt een stukje van de hoorn van zijn ijsje af, verkruimelt het en strooit het tussen de mussen die het eten uit elkaars mond stelen.

‘Dat weet ik.’


10 december, Amsterdam

Op een draaistoel in het kantoortje van de Oude Kerk tref ik Hassan. Voor hem op tafel ligt een bosje rozen. Gisterenavond is hij aangekomen met de trein vanuit Schwerin, een reis die ik afgelopen zomer ook maakte. Stichting De Oude Kerk heeft Hassan uitgenodigd voor een ontmoeting met Mia in het kader van een performanceavond rond het thema barmhartigheid.

In de aanloop van de reis was Hassan behoorlijk zenuwachtig. Hij belde me meerdere keren op om te informeren naar het hotel waar hij zou slapen, en of het al bekend was vanaf welk perron de trein zou vertrekken. Voor een nieuwkomer vereist een treinreis behoorlijk wat voorbereiding, zeker wanneer je de tekst op de vertrekborden niet kan lezen en de omroepberichten niet kan verstaan.

De ontmoeting met Mia zal plaatsvinden in de Koffieschenkerij, een cafeetje dat vast zit aan de tegenoverliggende zijde van de kerk. Wanneer we ons door het middenschip van de ooit katholieke, nu protestantse, kerk bewegen, lopen we een oudere dame tegen het lijf met een muts op haar hoofd. ‘Wij hadden vandaag een afspraak’, merkt ze droogjes op.

Het duurt een paar secondes voordat Hassan doorheeft dat dit de Mia is, maar dan vliegt hij haar om de nek en overhandigt de bloemen. Het is een beetje een gek moment. Waarschijnlijk hebben zowel Mia en Hassan zich vooraf al een voorstelling gemaakt van de ontmoeting, maar de werkelijkheid is altijd anders.

We gaan zitten in de boven-ruimte van de Koffieschenkerij. De zolderachtige ruimte is ingericht als een knusse woonkamer: een gemakkelijke zitbank, een laag tafeltje en in de hoek een platenspeler uit de jaren vijftig. Een serveerster brengt appeltaart en verse sinaasappel-gemberthee. Hoewel Hassan inmiddels Duitse les volgt, is zijn taalbeheersing nog niet voldoende voor een vloeiend gesprek. Daarom treed ik op als tolk.

‘Ik ben heel blij om Mia te zien’, vertelt Hassan. ‘Ik heb een warm gevoel van binnen, maar het is niet eenvoudig om dat in woorden uit te drukken. Het is echt raar. Alle herinneringen komen terug en ik probeer nog steeds te bevatten wat er allemaal gebeurd is. Van Yarmoek, naar Schwerin, naar Amsterdam. Het is haast onrealistisch, alsof het een film is.’

Ik vraag aan Hassan of hij zich van te voren had ingebeeld hoe Mia eruit zou zien.

Hassan denkt even na. ‘Ik had haar voorgesteld als een oudere vrouw, die veel op mijn oma lijkt.’ Hij laat een foto op de telefoon zien van zijn oma met witte hoofddoek, ergens in Syrië. ‘Een blanke huid, en zachte liefdevolle handen.’

Het is veelzeggend dat Hassan zijn weldoener spiegelt aan de vrouw waar hij misschien wel het meest om geeft. Toen Hassan nog een kind was, overleed zijn vader. Nadat zijn moeder was hertrouwd was het eigenlijk de bedoeling dat Hassan bij hen zou gaan wonen, maar zijn oma vond dat een allesbehalve ideale situatie. Hassan groeide daarom op in het huis van zijn grootouders.

‘En klopt het?’

Hassan knikt, waarop ik de dezelfde vraag aan Mia stel.

‘Ik had verwacht dat hij een baard zou hebben, en kort haar’, antwoordt ze. ‘Het standaard uiterlijk van een Arabische man.’

Ik kijk naar Hassans lange haren en zijn gladgeschoren wangen en kan een glimlach niet onderdrukken.

Het volgende uur wisselen Hassan en Mia ervaringen uit en vertellen over het belang van barmhartigheid. Over Mia’s beweegredenen, haar gevoelens en twijfels. Hassan toont het litteken in zijn been en praat over de operatie die hij in Duitsland heeft ondergaan om weer fatsoenlijk te kunnen lopen. ‘Mia heeft ervoor gezorgd dat ik weer hoop heb gekregen’, zegt Hassan. ‘En met die hoop probeer ik ook weer andere mensen te helpen.’

Tegen tienen is het tijd om te gaan. Hassan en Mia wisselen telefoonnummers uit en beloven contact te houden.

Hassan: ‘Het belangrijkste is dat ik Mia heb kunnen omhelzen, en haar heb kunnen vertellen dat ik ook andere mensen probeer te helpen. Ik hoop dat dat haar een goed gevoel heeft gegeven. Een gevoel van vertrouwen.’

Did you find apk for android? You can find new Free Android Games and apps.

terug naar de blog


Delen