Jeroen_Smit_Zuidas

Jeroen Smit: Barmhartigheid op de Zuidas – 'ik mis de crisis'

Rene Boer

Jeroen_Smit_Zuidas

Want create site? Find Free WordPress Themes and plugins.

In de jaren 2007-2008 dook ik als onderzoeksjournalist diep in ABN AMRO. Op basis van 135 interviews met bankiers en bestuurders en een paar meter aan documenten reconstrueerde ik waar het bestuur van de bank de regie over de toekomst van de bank was kwijt geraakt. Uit die reconstructie, die ik beschreef in het boek De prooi, blijkt vooral dat de bank haar nutsfunctie uit het oog was verloren. De hoofdrolspelers (net als heel veel andere bankiers) waren gaan geloven dat het vooral de aandeelhouders waren die gelukkig moesten worden gemaakt. En dat het geluk van klanten en werknemers dan als vanzelf wel zou volgen. Laat de markt zijn werk doen. Ieder voor zich, God voor ons allen.

We weten inmiddels waar deze redenering toe heeft geleid: perverse prikkels, opgeblazen banken die met belastinggeld moesten worden gered. We hebben geleerd dat een goede bankier in de eerste plaats vertrouwenwekkend en voorzichtig is, een goede bankier is een halve ambtenaar: hij ontfermt zich over de omgeving waarin hij opereert.

Deze zomer vroegen medewerkers van de Oude Kerk in Amsterdam mij of ik op zoek wilde gaan naar barmhartigheid in de samenleving, naar ‘nieuwe naastenliefde’. Ik besloot meteen dat de Zuid-as, de thuishaven van ABN AMRO, de logische plek was om wat veldwerk te verrichten. Wat is daar de afgelopen jaren nou echt geleerd?

Van journalist…

Wie mensen zomaar in het wilde weg op straat op een rustige vriendelijke toon aanschiet en vraagt naar hun relatie met het begrip barmhartigheid, heeft een probleem. In de eerste plaats willen veel mensen niet door vreemden worden aangeschoten als het over meer gaat dan een simpele richting aanwijzing. Het woordje ‘barmhartigheid’ zorgt bovendien voor schrik of zelfs meteen al lichte afschuw in de ogen. Gaat het over God, Jezus, of erger: is dit een Jehova-getuige? Wil deze persoon mij bekeren?

Om het gesprek gaande te houden is het van groot belang om snel te benadrukken dat de vragensteller niemand wil bekeren, en expliciet duidelijk te maken hij geen Christen is! De oogopslag wordt dan al wat rustiger. Om onmiddellijk weer nerveus te worden als de mededeling wordt gedaan dat betrokkene slechts een eenvoudige journalist is. Met de bezwering dat ik echt niet hoef te weten hoe ze heten, een voornaam, leeftijd en werkterrein zijn genoeg, treedt iets van ontspanning in.

Een snelle uitleg over mijn geschiedenis (De prooi) in relatie tot het onderzoek van de Oude Kerk rondom het thema ‘barmhartigheid’ zorgde er in de meeste gevallen voor dat ik vijf tot tien minuten van hun tijd kreeg.

… tot dominee

Voor het eerst in mijn leven voelde ik mij meer dominee dan journalist. Wie anderen vraagt naar de rol die barmhartigheid in hun leven speelt, neemt ze eigenlijk de maat. Er wordt toch gevraagd of iemand zich wel echt bekommerd om anderen, wel serieus bezig is met de wereld om hem/haar heen. Door die zeer persoonlijke vraag te stellen wordt bovendien de suggestie gewekt dat de vragensteller zelf precies weet hoe barmhartigheid het beste in een leven kan worden ingepast. Laat daar geen misverstand over bestaan: dat is allerminst het geval.

De meeste gesprekspartners kregen een kleur op hun wangen, begonnen te zoeken en te stamelen en constateerden dat ze er meer mee moesten doen in hun leven. En regelmatig bedacht de onderzoeker zich eigenlijk hetzelfde. De kans is groot dat er al doende toch wat ‘barmhartigheid-zaad’ is geplant, bij deze en gene. Onderstaande is een verzameling van een deel van de vragen en antwoorden die in deze gesprekken naar voren kwamen

Veldwerk

Wat is barmhartigheid?

Ze hebben net geluncht. Beleefd, maar op hun hoede, luisteren de twee jonge mannen, strak in het pak, als ik mij voorstel. ‘Ik ben Jeroen Smit, journalist, jaren geleden heb ik een boek over die bank geschreven en ik ben nu door de Oude Kerk gevraagd op zoek te gaan naar barmhartigheid. Gezien mijn geschiedenis leek het mij logisch dat hier te doen, mag ik jullie daar in een paar minuten een paar vragen over stellen?’

De eerste reageert resoluut, bijna agressief: ‘Ik heb er totaal geen behoefte aan om hier iets over te zeggen. Waarom niet? Moet ik dat ook nog gaan uitleggen?! Geen denken aan. ‘
De ander kijkt instemmend naar zijn kompaan: ‘Dat geldt ook voor mij. En je wil een uitleg? Ik ben niet zo’n barmhartig persoon.’

In drie sessies van ongeveer anderhalf uur, op drie verschillende dagen, blijken veertien andere ‘Zuid-assers’ wel zo ‘barmhartig’ wat tijd te maken voor mijn vragen. Als ik ze naar de betekenis van het woordje vraag, gaan de wenkbrauwen meestal vragend omhoog.
‘Het is een ouderwets woord, het doet me vooral denken aan de kerk. Het valt toch in de categorie: mededogen, medelijden. Ik heb er een negatieve associatie bij.’ (Jorik, 28). ‘Tsja wat is het ook alweer, heeft het niet met naastenliefde te maken?’ (Wes , 23). ‘Ik word onrustig als ik dat woord hoor, er zijn zoveel mensen die hulp nodig hebben. Ik kan al dat leed niet oplossen. Bij veel collectes denk ik ook: dat is te ver weg voor mij.’ (Tim, 51).

‘Ik denk vooral aan goede doelen.’ (Gieljan, 28). ‘Ik gebruik het woord nooit, echt helemaal nooit. Het heeft toch met gulheid te maken, met geven?’ (Roos, 29). ‘Wat een oud woord, dat is eeuwen geleden. Het gaat geloof ik om de acceptatie van de houding van anderen?! (Ruud, 55). ‘Zorgen voor een ander die het nodig heeft.’ (Nathalie, 25). ‘Zonder egoïstisch te zijn, zonder daarvoor iets terug te willen. Het geeft je ook een goed gevoel.’ (Eva, 38). ‘Je inleven in de ander, behoeften van anderen voor jouw eigen behoeften kunnen zetten. Hoe dichterbij hoe makkelijker, de grote vraag is: doe je het ook voor die echte ander, de onbekende.’ (Pim, 31).

Barmhartigheid op het werk……?

Tim, 51, vermogensbeheerder: ‘Ik probeer een goed mens te zijn, maar ik moet ook mijn geld verdienen. Ik probeer die zaken daarom te scheiden. In mijn werk hoef ik niet over goed of slecht na te denken: het is duidelijk: de richtlijnen worden van bovenaf opgelegd. Het gaat er niet om wat ik wel of niet goed vind. Jezelf zijn is niet relevant. Ik probeer een zo goed mogelijk pensioen voor de mensen bij elkaar te investeren. Daar word ik op afgerekend. Nee, je twijfels en kwetsbaarheid tonen, dat heb ik op mijn werk nog nooit meegemaakt, dat komt niet voor, dat kan helemaal niet. Ik heb er zelfs geen beeld bij. Dat is privé, die werelden passen niet bij elkaar. Ja, dat vind ik ergens ook wel verdrietig.

Ik denk heel vaak: ik ga iets anders doen, ik ben van nature misschien geen hulpverlener, maar heb al heel lang het gevoel dat ik iets moet doen dat meer echte impact heeft. Ik heb dat eerder gehad, ben toen bij een gemeente gaan werken, als ambtenaar, in de hoop iets te kunnen betekenen voor de gemeente waar we wonen. Maar ik werd echt gek van die mentaliteit, van die ambtenarij. Daar ben ik toen vrij snel in vastgelopen. Het moet nu echt iets zijn dat wel past. Maar ik weet het gewoon niet, ik twijfel. Geld is eigenlijk geen issue, we hebben geen kinderen, geen duur huis. Ik moet gewoon werken voor mijn geld maar heb niet zoveel nodig. Maar ja, wat ga ik dan doen?’

Jasmijn (26) en Roos (29) werken allebei in de consultancy. Jasmijn: ‘Ik werk in een harde wereld, het draait hier om euro’s. Zo simpel is het. Je bent aardig voor anderen in de hoop dat ze terug komen om nog iets bij je te kopen, meer is er niet.’ Allebei: ‘nee, natuurlijk doen we niet wat we echt willen.’

Jasmijn: ‘Een vriendin heeft haar baan opgezegd en gaat naar Lesbos om vluchtelingen te helpen…zo cool, zo stoer. Ik durf het niet, ik ben bang dat ik mijzelf erin verlies, dan ga ik de wereld op mijn schouders dragen en daar word ik niet gelukkig van.’

Martin 52, bankier: ‘In mijn werk kan ik weinig met barmhartigheid. Ik vind mijn werk leuk, maar het gaat over getallen, analyses, etcetera. Bovendien is het bij ons op de zaak vrij simpel, het belang van de organisatie gaat voor het belang van de werknemers. Het lijkt er zelfs op dat er steeds minder ruimte is voor barmhartigheid. Er wordt bij ons heel hard met mensen om gegaan. Het Angelsaksische model is nu pas echt voor 100 procent geland. Er is geen aandacht voor het persoonlijke, het menselijke. Iedereen moet zijn eigen weg zoeken. Tsja, vroeger had je nog managers die verstand hadden van wat ze moeten managen, daar kon je mee praten, maar die zijn er ook niet meer. Onze managers zijn alleen maar met hun eigen targets bezig.

Jasper 21, financieel accountmanager: ‘Mensen hier hebben haast, zijn resultaat gericht. Laatst stond ik in de lift, ik zag iemand aankomen en drukte dus op de deuren-open-knop. Naast me hoorde ik een vrouw verzuchten: ‘oh, for fuck’s sake’, ze had kennelijk haast. Ik heb haar bij het naar buiten lopen een prettige dag gewenst. Ik zie me hier niet zitten tot ik aan de andere kant van de veertig ben. Dit werk combineren met een gezin, dat lukt eigenlijk niet. Dat gezin gaat dan voor en dan hou ik geen tijd meer over om liftdeuren voor andere mensen open te houden.’

Gieljan (28), bankier: ‘Hoe je het ook went of keert, we zijn hier gemotiveerd door geld. Je wordt alleen maar beoordeeld op het resultaat, of je de targets hebt gehaald. En dat andere, dat kan toch ook door geld over maken naar een goed doel, dat helpt toch ook?’
Ruud (55), consultant financiële sector: ‘In mijn werk denk ik dan aan het helpen van anderen, maar dat is logisch. Dat doe je, want je weet als ik jou nu help, ga jij me straks wel een keer helpen. Ik mis de crisis wat dat betreft een beetje. Toen was er meer barmhartigheid, lijkt het. We constateerden met elkaar: minder is ook goed, er is niks mis met de auto die ik nu heb. De crisis bracht mensen bij elkaar, een stapje terug doen is niet erg. Het dwingt je ook elkaar af en toe en helpende hand toe te steken.’

Eva (38) en Nathalie (25), zijn collega’s en werken op de Human Resources afdeling. Eva: ‘Je houdt het maar even vol, hier op de Zuidas. Je werkt jezelf anders kapot. Ik kan mij ook voorstellen dat veel mensen bij barmhartigheid denken: nu even niet, kan ik er echt niet bij hebben. Straks misschien als het allemaal wat rustiger is.’

Eva: ‘In mijn werk komt iedereen altijd naar mij toe met vragen, ze willen altijd wat van mij. Ze zijn nooit geïnteresseerd in mij.’

Nathalie: ‘Nee, op het werk is geen ruimte voor barmhartigheid. Het gaat om targets, de bottom line, de KPI’s. Het gaat niet om jouw persoonlijke ontwikkeling. We doen wel aan vrijwilligerswerk maar dan met het hele bedrijf, het is meer een soort PR. Altijd afgesloten met een mooie lunch. Als je wat later op je werk komt omdat je een kop koffie met een eenzaam mannetje hebt gedronken, nee, dat is geen optie.’

‘Soms denk ik wel eens: we hebben een ramp nodig om dit soort gevoelens los te maken. Dan zie je zo’n aardbeving ergens in de wereld…mensen die elkaar helpen.’

Nathalie: ‘Ik heb gewoon geen tijd, om ook ergens mantelzorger te zijn, daar zou meer ruimte voor moeten zijn op het werk.’

Eva: ‘Maar daar kunnen we dan toch een regeling voor treffen?’

Nathalie: ‘Maar ja, dan is het weer een regeling. Ach aan de andere kant: we krijgen nooit het verzoek bij Human Resources van iemand die hierom vraagt. Iemand die zegt: ik wil iemand in de buurt gaan helpen.’

…en barmhartigheid buiten het werk?

Pim: ‘Ik doe het in ieder geval niet genoeg, ik ben teveel met mijzelf bezig. Dat komt denk ik ook omdat ik niet weet hoe of wat. De zingeving ontbreekt. Ja, het knaagt, dit gesprek knaagt ook. Af en toe, als ik een stapje terug doe, wat afstand neem, naar mijzelf kijk, dan denk ik: oef, waarom doe je niet meer voor die ander. Maar echt knagen, doet het natuurlijk niet, want dan ga je ermee aan de slag. Dan doe je er wat aan.’

Eva en Nathalie: Nathalie: Bij mij beperkt het zich toch vaak tot de mensen die ik ken.’

Eva: ‘Ik ken zo’n oud mannetje bij ons in de buurt, eenzaam. Ik heb daar een keer aangebeld, maar er werd niet open gedaan, ik heb een bericht achter gelaten. Een paar dagen later stond hij bij mij op de stoep, maar het kwam toen helemaal niet uit. Dat was pijnlijk, daarna hebben we elkaar niet meer opgezocht. Mijn leven is ook zo vol, zo druk. En ik geef toe: het knaagt. Als ik wil dat iemand mij straks op zoekt, als ik oud en eenzaam ben.’

Nathalie: ‘Ik herken dat, ik denk vaak: ik ga vrijwilligerswerk doen, maar ik onderneem gaan actie.’

Tim: ‘Ik wil mensen in de ogen kijken, me over hen ontfermen, contact maken. Ik kan geen enkele passie kwijt in +2 of +3 procent rendement, het zegt me niks, dat kan ook niet, het is veel te abstract. Ik hou van muziek, laatst zag ik iemand in een muziek winkel, instrumenten. Toen dacht ik, misschien zou ik dat kunnen gaan doen: mensen helpen met muziek.’

Jorik: ‘Het feit dat de ander mijn hulp nodig heeft vind ik niet leuk. Daar krijg ik geen vrolijk gevoel bij. Als het om een naaste gaat, hoop ik wel dat ik er ben als het nodig is. Maar iemand die ik niet ken, die verderop zit te huilen, nee, ik sla geen arm om die schouder. Ik ben dus selectief in mijn barmhartigheid. En dat vind ik logisch: ik kan niet het gewicht van de hele wereld dragen. Dus geef ik het eigenlijk op voorhand een beetje op. Ik heb niet zoveel idealen. Ik vind het belangrijk dat er eerlijk wordt gewerkt, dat valt hier niet altijd mee. Maar ik geloof ook dat als je ergens veel energie in wil steken je en-en kan bereiken. Zo kan ik denk ik mij zelf blijven.’

Gieljan: ‘Nee ik kom er niet aan toe om een plastic zakje van straat op te pakken, de rommel van een ander op te ruimen, of een kop koffie te drinken met een eenzaam opaatje. Ik denk dan al snel: daar zit die man helemaal niet op te wachten. Geld geven aan bedelaars doe ik ook niet: die drinken dat toch alleen maar op.’

Ruud: ‘Een onbekende helpen? Ik heb daar wel over nagedacht, een soort buddy rol, maar ik heb er gewoon geen tijd voor. Gezin, werk, mijn leven, het is gevuld. Mmm, zo’n eenzame bejaarde verderop in de straat, natuurlijk zou je daar iets mee moeten doen, maar ja. Ja, dat knaagt wel. Ik zou meer moeten doen. Maar ik laat het toch gewoon knagen. Ik heb jarenlang mijn vader geholpen, hij is vorig jaar overleden. Ik heb mijn portie in die zin wel even gehad.’

Martin: ‘Ik ben te weinig betrokken bij de samenleving. Als ik naar mijn vrouw kijk, die is druk bezig met het milieu, betrokken bij de school van de kinderen. Ik heb gewoon te weinig energie om die dingen te doen die ik echt belangrijk vind.’

‘Gisteren deed ik boodschappen, ik was nog in pak, staat een vrouw, beetje junkie-achtig type bij de ingang en die vraagt of ik haar daklozenkrantje wil kopen. Ik zei op beetje chagrijnig vermoeide toon dat ik daar niet op in ging. Oh zei zij: zie ik er niet netjes genoeg uit. Ik had meteen spijt van die opmerking: begon me te verontschuldigen. Ze omhelsde me en gaf mij een kus. Ik vond dat eigenlijk wel leuk: ik had gewoon anders moeten reageren.’

Jasmijn (26) en Roos (29). Jasmijn: ‘Of ik eens een eenzame oma wil voorlezen? Waar haal ik de tijd vandaan, ik werk tot half acht, daarna ga ik naar mijn paard, ik heb een relatie, vriendinnen…’

Roos: ‘Dat herken ik, ik voel me haast schuldig, maar ik heb het gewoon te druk met mijn eigen leven. Natuurlijk als ik iemand in de straat zou kennen, eenzaam, ik zou daar best een praatje mee gaan maken. Hoewel dat kan dan als een verplichting gaan voelen, dan moet ik opeens elke week, nee, toch maar niet. Mijn moeder is 65, die doet dat wel, misschien past het beter bij die leeftijd. Ik moet eerlijk zijn: als ik het echt, echt zou willen, dan zou ik het doen. Ik wil het niet echt. Dat komt ook door deze stad: er is zoveel te doen, er wordt zoveel van je verwacht. Om mee heen zie ik zoveel mensen die succes boeken, of in ieder geval lijken te boeken. Ik heb ook het gevoel dat ik van alles moet. Ja, dat voelt als overleven, dat is toch een instinct. Ik moet eerst voor mijzelf zorgen en uitvogelen wat ik nou echt wil, dat gaat nog wat tijd kosten.’

En dan komt Anton erbij staan: ik zie dat jullie in gesprek zijn, ik ben dakloos, hebben jullie misschien een paar muntjes? Roos en Jasmijn slaken gelijktijdig een kreet: ‘Dit is karma, dat kan niet anders. Ze grijpen hun portemonnee, verontschuldigen zich voor de paar muntjes die ze eruit vissen, want alles met de pinpas…

Anton is er blij mee.

Anton (55), zwerver/bedelaar: ‘Ik kan me niet melden bij hulpinstanties, dan gaat het mis. Het gaat altijd mis. Daarom slaap ik vaak buiten. In het Amsterdamse bos, daar is minder controle, voel ik me veilig. Ik ben niet gek, ik heb het gymnasium gedaan, een blauwe maandag gestudeerd.’
‘Op sommige dagen krijg ik 60-80 euro, maar soms zijn het er maar 20. Als ik 80 euro heb verdiend, slaap ik in een hotel, dat kost me 50 euro met ontbijt, heb ik nog genoeg voor het avondeten. Ik heb wel eens 100 euro van iemand gekregen, een paar keer 50. Niet perse hier op de Zuidas. Hier vertellen ze me wel vaak dat ze belasting betalen die bedoelt zijn voor voorzieningen voor mensen zoals ik. En dat ze me daarom niks willen geven, ik moet me daar dan maar melden. ‘

Barmhartigheid op de Zuidas? Iets voor later.

Wat houdt deze journalist-dominee hiervan over? Er is niks mis met de mensen die op de Zuidas werken. Ze werken hard, ze voelen zich verantwoordelijk. Ze willen het goede doen, zich ontfermen over anderen. Daarbij geldt wel: hoe onbekender die ander hoe kleiner die behoefte. Een behoefte die ze trouwens wel voelen maar niet echt aan toe komen. Op het werk al helemaal niet, maar dat verwachten ze ook niet. Op het werk is het vooral een kwestie van overleven, ieder voor zich. En omdat het werk zo veeleisend is, komen ze er thuis ook maar mondjesmaat aan toe.

Ze maken steeds een duidelijk onderscheid tussen hoe ze op het werk zijn en hoe ze werkelijk zijn. Er zit een gat tussen hun integriteit als werknemer en hun integriteit als privépersoon. Het verklaren van het verschil vinden ze simpel: op het werk draait het om het halen van de targets, alles wat daarvan afleidt moet vermeden worden. Is niet productief. De baas bepaalt wat goed of slecht is.

Het behalen van die doelen kost zoveel tijd en energie, privé zijn ze vooral moe van het werk, er zijn bovendien ook nog zoveel andere geneugten en verantwoordelijkheden. Ze zouden willen dat het nu al anders was, maar helaas. Het zit er niet in. Ze moeten hier overleven.
En dus hebben ze besloten dat deze baan, dit leven, tijdelijk is. Dat het echte leven, een leven met ruimte voor meer barmhartigheid, begint na de Zuidas.

Het was hoopgevend en aandoenlijk om in die korte ontmoetingen bij de meeste mensen te zien hoe ze kleurden, begonnen te stamelen, als het ging over dat eenzame mannetje verderop in de straat. Ze zien zichzelf daar over 30-50 jaar zitten en weten dat ze dan maar een ding hopen: bel aan, drink een kop koffie met me, vraag hoe het met me is.

Het knaagt, het knaagt, het knaagt.

Straks! Straks!

Did you find apk for android? You can find new Free Android Games and apps.

terug naar de blog


Delen