gevonden behang


Op de zolder boven de kerkmeesterskamer zijn onlangs drie stukken 18de-eeuws behang teruggevonden. Deze stukken laten goed zien hoe fragiel en kwetsbaar dergelijke doeken waren. Op grof geweven linnen zijn de sporen van twee geschilderde ensembles te herkennen.

Twee van de stukken tonen een groen fond met daarop een vlakverdeling aangeven met rocailles in blauwtinten geschilderd. In de vakken zijn in groentinten landschappen te herkennen. In deze landschappen zijn verschillende figuren afgebeeld: moeders, kinderen en muzikanten.

Na het opmeten van deze twee stukken blijkt dat het grote deel precies past op de westwand van de spiegelkamer en het ander deel overeenkomt met het formaat van de oostwand rechts van de schouw. De locatie van de deuren op de bespanningen met overeen met de wandindeling van het vertrek.

Janse beschrijft in zijn boek over de Oude Kerk dat in deze ruimte boven de lambrisering geschilderde behangsels aanwezig waren verscholen achter verschillende lagen papier behang die er later overheen geplakt waren. ‘Op een blauwgroen fond waren arcadische landschappen geschilderd.’ (Janse p. 284). Deze beschrijving van Janse past bij twee delen van de teruggevonden bespanningen. In zijn boek worden meer meldingen gedaan over teruggevonden behangsels. Zo noemt hij dat in ‘de ontvangkamer’ een geschilderd behang aanwezig was: ‘Op een crème achtergrond is in het hart van het middenvak een grijze vaas geschilderd, in het linker vak twee bloedrode vlammende harten binnen een rozet. In het rechter vak omsluit een rozet een boog met een pijlenkoker. […] Onder elk rozet zijn twee kleinere vazen geschilderd die verbonden zijn door een guirlande. Het geheel wordt omstrengeld door ranken en blauwe en roze-rode bloemen.’ (Janse p. 285) De symboliek van de attributen sluit aan bij de functie van het vertrek waar ze gevonden zijn, dit werd in de 18de eeuw gebruikt voor trouwrecepties.

De bespanningen waren met de zichtzijde naar binnen langs houten latten opgerold. Voor een schildering een dramatische manier van oprollen. Om de schildering goed te bewaren zou deze met de zichtzijde naar buiten moeten worden opgerold en het liefst op een rol met een grote diameter. Zodat het doek zo min mogelijk buiging hoeft te ondergaan.

Op dit moment wordt nagedacht op welke wijze en waar deze bespanningen goed bewaard zouden kunnen worden. Daarbij wordt ook gekeken welke conserveringswerkzaamheden daarvoor nodig zouden zijn.

De vindplaats van het met bloemen versierde 18de eeuwse behang dat bij de restauratie na 1977 in de spiegelkamer is aangebracht is niet duidelijk. Het is in ieder geval elders in de Oude Kerk aangetroffen en op maat gemaakt voor dit vertrek. Oude opnamen van het behang vermelden dat het afkomstig uit de voormalige kosterij van de Oude kerk en noemen als vindplaats een kastenwand in de sacristie.